U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Harry Mulisch - Het Stenen Bruidsbed.
Deze versie komt van http://www.collegenet.nl/studiemateriaal/verslagen.php?verslag_id=8874 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 3411 woorden.

Het stenen bruidsbed



LET OP: Dit verslag is uitsluitend bedoeld als hulpmiddel bij het maken van je eigen verslag en niet om zomaar in te leveren bij je docent(e).

Auteur: Mulisch, Harry

Verslagtype: Uittreksels

Literatuurtype: Literatuur

Maker: Bekend

Taal: Nederlands

Vak: Nederlands

Commentaar -

Cijfer 7

Beoordeling bezoekers (2 stemmen)

Beoordeling Ornée & Vermeer Tekstbureau **

Aantal keer bekeken 560



Meer info: ga naar het leesdossier Geef nu jouw beoordeling Deze pagina printen

Terug naar het overzicht Stuur je eigen verslag op Opnieuw zoeken



--------------------------------------------------------------------------------



Harry Mulisch, Het stenen bruidsbed





I FEITELIJKE INHOUD:





I



'(Maar zonder emotie)'



De Amerikaan Norman Corinth krijgt in Baltimore een uitnodiging voor een

tandartsencongres in Dresden. Hij realiseert zich dat het aannemen van deze uitnodiging

riskant is. 'Alleen dit papier in zijn handen was al voldoende om zijn praktijk te

ruïneren, zijn vrienden van hem te vervreemden en hemzelf in de gevangenis te brengen.'

Maar: 'Toen hij zag, in welke stad het kongres gehouden zou worden, struikelde zijn hart

(maar zonder emotie) en hij wist, dat hij gaan zou.' Hij vliegt naar Berlijn en wordt

afgehaald van het vliegveld.





II



'Een historische plaats'



Corinth wordt naar zijn pension gebracht dat op een heuvel ligt en uitziet over het

gebombardeerde Dresden. Ludwig, de pensionhouder, vertelt dat Napoleon van deze heuvel af zijn laatste veldslag leidde, waarin hij overwinnaar was. In het zonderling gebouwde huis

ontmoet Corinth verder Eugène. Corinth krijgt een kamer die uitkijkt op het dal waar de

stad ligt. Hij gaat op bed liggen en drinkt de cognac die hij in het vliegtuig gekocht

heeft. Hij denkt aan Hella Viebahn die hem, in haar functie van gastvrouw, van het

vliegveld afgehaald heeft:'natuurlijk, natuurlijk, ik wil haar hebben'. Hij gelooft

gemerkt te hebben dat dit verlangen wedzijds is.







Ie zang



Amerikaanse oorlogsvliegers, onder wie Corinth, zijn op weg naar de stad Dresden om

deze te bombarderen. Ze naderen de stad.



'"Daar heb je d'r!" riep Corinth. Water liep in zijn keel. Een feest witter

dan de zon verrees in de verte uit de nacht. Terwijl de machine haar neus verlegde en

geleidelijk begon te stijgen(naar alle kanten viel de zwerm uit elkaar) keek hij naar de

opengebarsten duisternis, een dal van zomerdag onder de sneeuw van lichtkogels, een stad

van witte angst aan een rivier van magnesium, omringd door schemerende heuvelruggen. [...]

Hij kreeg een begin van een erektie en ging zwetend in positie liggen achter zijn kanon.

[...] Het genot van opwinding sloeg door zijn lichaam.'



De stemming in het vliegtuig wordt vergeleken met die van een groep spelende jongens op

een novemberavond en onder hen:

'[...] hijzelf in de aarde bijtend en denkend aan thuis - de kamers vol licht, met zijn

moeder er in - dat nu niet meer bestond, niet meer mócht bestaan, waardoor hij eenzaam en

machtig werd met de jongens in de nacht'







III



'Verplaatsingen'



Op weg naar de opening van het congres verdwaalt Corinth met de chauffeur Günther in

de puinhopen van Dresden. In het hotel aangekomen, filosofeert hij met zijn Duitse collega

Schneiderhahn over de betekenis van tijd en ruimte. Tijdens de openingsrede van een

verkouden professor loopt hij weg, tot ontzetting van Hella die hem wil tegenhouden. Met

Schneiderhahn en haar gaat hij Dresden in.







'Stille bossen, vredige heuvels'



Günther brengt hen naar een volkskroeg. Op de binnenplaats wordt gevochten (bij

navraag blijkt het om de afstraffing van een seksmaniak te gaan). Ze komen aan een tafeltje

te zitten met een echtpaar dat op vragen van Schneiderhahn hun afschuwelijke ervaringen

vertelt tijdens het bombardement van Dresden. De man raakte beklemd in het puin, de vrouw

werd beschoten toen ze voor de hitte in de rivier gevlucht was en hun dochtertje stierf.

Ze denken dat Engelsen het bombardement uitgevoerd hebben. Schneiderhahn suggereert dat

hij kampbeul in een concentratiekamp is geweest. Hella moet overgeven.











'Aristoteles en de vliegen'



Corinth brengt Hella naar haar kamer. Zij blijkt als communiste zes jaar in een

concentratiekamp gezeten te hebben. Corinth filosofeert over het verschil tussen

codegevoelens en werkelijke gevoelens.



'De kode schrijft voor, dat je je vijand moet haten, en een variant, dat je hem moet

liefhebben. Maar ik heb nazi's niet gehaat - ook niet liefgehad, stel je voor. [...] Maar

als bijvoorbeeld iemand in de ondergrondse zich voor mij dringt, zodat ik de trein mis,

dan haat ik hem met echte haat.'



Aristoteles heeft geschreven dat een vlieg vier poten had en niemand kwam op het idee

ze te tellen. Aristoteles had 'altijd meer gelijk dan de vliegen'

Zo is het huwelijk code, zijn gevoel voor Hella werkelijk. Hij vertelt haar dat hij

oorlogsvlieger is geweest, niet dat hij Dresden gebombardeerd heeft. Zij vraagt of het hem

achtervolgt. Hij ontkent het. "Het is of het nooit gebeurd is. Drieduizend jaar

geleden. Ik ben een onder Agamemnon gesneuvelde griek, die nog leeft. Ik denk er nooit

aan."

Hella antwoordt: '"Vind je dat niet angstiger dan wanneer het je achtervolgde?"'

En meteen overkomt Corinth een vreselijke ervaring waar hij geen woorden voor kan vinden,

maar die hem het zweet doet uitbreken. Het gaat langzaam over. Hij gaat met Hella naar

bed.





'IIe zang'



Het vliegtuig van Corinth bombardeert (in opdracht) de brandende stad. Dan keert het

terug en vliegt laag over de Elbe waarin de mensen voor de brand gevlucht zijn.



'"En dan lacht hij in zijn koepel de lach van de overwinnaar en schreeuwt:

"Zal ik ze eens een serenade geven?" En allen lachen, alle vliegers, [...] en

dan jaagt hij de kogels voor zich het water in, waar de hoofden spatten, tuimelen, botsen,

springen, keilen, verzinken, en lacht [...].'





IV



'Een saksische morgen'



Corinth wordt laat wakker. Zijn verliefdheid op Hella is verdwenen. Bij het ontbijt

vindt hij in een encyclopedie een krantenknipsel van een artikel, geschreven door een

zekere Krschowsky, de bouwer van het huis waar hij logeert.





Op het terras in de zon praat hij met Günther, Eugène en Ludwig. Ludwig vertelt hem

hoe mooi Dresden vroeger was.



'Hij dacht, ieder woord over het bombardement moet ik uit hem trekken, en als hij naar

de puinhopen in het dal kijkt, ziet hij Napoleons kavalerie chargeren. Dat is het eerste,

waar hij de vreemdeling met fantasie en kennis over spreekt. Alsof het bombardement nooit

heeft plaatsgehad. Corinth kneep zijn gesloten ogen stijver dicht en dacht na. Hij dacht,

het hééft ook niet plaatsgehad. Verdomd. Het is nooit gebeurd, want het had ook niét

gebeurd kunnen zijn: het maakte geen deel uit van een strategie, van de tweede

wereldoorlog, zoals de massacres van de andere steden.'



Corinth stelt voor zichzelf een theorie op van twee soorten geschiedenis, de

geschiedenis van de géést, die een bedoeling en gevolgen had, zoals de slag bij Dresden

van Napoleon, en de anti-historie zonder bedoeling en gevolg, het bombardement van

Dresden. Hij valt in slaap als Ludwig vertelt over de beschietingen van de vluchtelingen

in de rivier.





'Apen achter spiegels'



Corinth laat zich door Günther naar de Gemäldegalerie brengen, waar hij Schneiderhahn

treft. Hij zet hem zijn theorie over de twee soorten geschiedenis uiteen. Schneiderhahn

vraagt hem of hij verliefd is op Hella. Als tegenzet begint Corinth over de tandartsen in

Auschwitz, maar 'ik verwijt u niets'. Schneiderhahn reageert zeer geschrokken.





'Formules, peniskokers'



Na een lezing die Corinth niet kan volgen, staat hij met Hella in de foyer.

Schneiderhahn wil hem spreken en neemt hem mee naar een schoollokaal waar een wiskundige formule op het bord is geschreven. Corinth pest Schneiderhahn die hem tracht te overtuigen van zijn eigen onschuld.



'"Ik zweer u, dat ik nooit iets met koncentratiekampen te maken heb gehad!"

[...] "Ik weet niet, waarom ik het zei. Misschien... omdat ik u haatte, maar ik weet

niet waarom. Ik ken u niet eens." "O, dat is niet nodig voor haat", zei

Corinth geruststellend.'



Op het programma van het congres staat een film over de eetgewoonten in Nieuw-Guinea;

men ziet kleine mannetjes met peniskokers. Corinth kijkt ernaar al flirtend met het hulpje

van Hella, Karin.





'De storm'



Hella is woedend op Corinth, maar gaat toch samen met hem naar het door het congres

georganiseerde concert. Zij vertelt hem dat Schneiderhahn niets met concentratiekampen te

maken heeft gehad; hij had van 1942 tot 1946 een topfunctie in een buitenlandse

spionageorganisatie, zoals zij heeft laten nagaan. Corinth laat zich door Günther naar

huis rijden. Radeloos ondergaat hij net zo'n soort crisis als vlak voordat hij met Hella

naar bed ging. 'Hij sloot zijn ogen, maar opende ze onmiddellijk, - donkere golven sloegen

op hetzelfde ogenblik in hem omhoog; toen hij weer keek, was het verdwenen.'

Bij het huis aangekomen, durft hij niet naar binnen. Een grote hond springt tegen hem op

en Ludwig maakt verontschuldigend een praatje, maar het helpt niet.



'[...] er was niets dan de storm in de roerloze lucht, de kramp in zijn schedel, die

hier en daar nog dacht, dat hij onmiddellijk iets moest vinden dat werkelijkheid had, een

gezicht, een ding, dat het anders los zou breken en hij zou veranderen in een gillend

slaande bal, - maar er kon verder niets losbreken; dit was het.'





'IIIe zang'



Op de terugtocht van Dresden wordt het vliegtuig van Corinth aangevallen door een Duits

toestel en geraakt. De piloot keert terug om te proberen Russisch grondgebied te bereiken

en vliegt daardoor andermaal over het brandende Dresden.



'Hij keek omlaag. Langzaam gleed de schotel vuur voorbij en hij voelde, dat er iets in

hem veranderde; haast niets, maar precies in het midden.'

Dan stort het toestel neer.





V'Een kleine, zwarte hoed'



Doodongelukkig zit Hella alleen in bed met Corinths hoed op haar knieën. Ze verlangt

naar hem en tracht te begrijpen, maar kan het niet, evenmin als ze de vrouwelijke kampbeul

Hildegard kon begrijpen:'Het zijn twee werelden, ja zo moet ik het zien’



''De wrok'

Corinth wordt 's nachts wakker in zijn kamer zonder dat hij weet hoe hij er gekomen is.

'Het was voorbij. Beslissende gebeurtenissen hadden plaatsgevonden, maar hij wist niet,

welke. [...] Voorbij. Hij was in Dresden geweest.'

Eugène komt op bezoek en gaat het pak van Corinth schoonmaken. Het zit onder de modder.

Hij vertelt Corinth dat Schneiderhahn hem heeft willen spreken en Corinth realiseert zich

ineens dat Schneiderhahn de waarheid heeft gesproken toen hij zei dat hij niets met

concentratiekampen te maken had gehad. Anders had hij geweten, zoals Corinth dat weet, dat

het voor haat niet nodig is iemand te kennen. Corinth pakt bij Günther de sleuteltjes van

de auto weg en rijdt als een bezetene naar het hotel van Schneiderhahn. Als de

nachtportier aarzelend heeft opengedaan, pakt hij de sleutel van Schneiderhahns kamer en

rent erheen, Hij slaat hem

'[...] zo hard hij kon tegen zijn mond.

"Ik zal je leren leugens uit te kiezen!"'

Hij gooit de nachtportier op bed en springt schaterend van het lachen in de auto,

'[...] hikkend en verblind van tranen tastte hij naar zijn ogen - Met zijn hoofd op het

verwrongen stuur kwam hij bij.'



Hij heeft de auto in het puin te pletter gereden. Zijn been en hoofd bloeden. Met zijn

laatste lucifer steekt hij de auto in brand en gaat bij de gloed het knipsel van

Krschowsky lezen, dat hij in zijn zak vindt. Het handelt over de opgraving van Troje door

Schliemann en breekt af na de woorden 'Deze heroïsche strijder.' Corinth leest het en

gooit het in het vuur.







Het boek eindigt als volgt:



'Een paar meter verder lag een bord dwars over de straat:"VERBODEN - OOK VOOR

VOETGANGERS".



Hij stond weer op en kroop achter een begroeid heuveltje, waar hij het vuur niet meer

zag en over de uitgestorven vlakte kon kijken.'





II WEZENLIJKE INHOUD:



Metaforisch gezien is Dresden de bruid die vanuit de hemel wordt benaderd door haar

bruidegom: Norman Corinth in zijn bommenwerper. Daarmee wordt ook duidelijk waarom er van een stenen bruidsbed sprake is. De vereniging in liefde, in feite een vernietiging,

vindt plaats doordat een stad in puinhopen wordt veranderd. Het vernietigende bombardement

herhaalt zich met de kortstondige relatie tussen Hella en Corinth. Hella symboliseert de

stad die elf jaar geleden werd vernietigd. Corinth beperkt zich er namelijk niet toe haar

voor de bevrediging van zijn lust in bed te krijgen, maar maakt haar ook geestelijk kapot

door haar de volgende dag alweer te laten vallen.

Het thema is: liefde als vernietiging, vernietiging als liefde.

Wanneer Corinth Hella voor de eerste keer ontmoet, worden zijn gewaarwordingen alsvolgt

beschreven:'Zijn geilheid blafte, een koud dier van plicht, en hij dacht, natuurlijk,

natuurlijk, ik wil haar hebben.' Het 'blaffen' komt terug als beeldende omschrijving voor

het geluid van het geschut, 'plicht' verwijst naar de periode dat Corinth als kanonnier

steden hielp vernietigen.



III FIGUREN:



Norman Corinth:

- Amerikaan

- 'Norman' -> Noorman; 'Corinth' -> Griek

- Tijdens de Tweede Wereldoorlog kanonnier die Dresden mee heeft gebombardeerd en daarna op eigen initiatief de mensen in de Elbe heeft beschoten.

- Heeft geen schuldgevoelens

- Wordt na de oorlog tandarts in Baltimore.

- Huwelijk is een mislukking, zijn vrouw roept in noodsituaties om haar eerste echtgenoot,

'in het oorlogsjaar 1943 gesneuveld bij het inhalen van een vrachtwagen, op weg naar zijn

golfclub'

'Als mijn vrouw begreep, dat zij mij niet begrijpt, zou alles misschien in orde zijn.'

- Jood

- Door de vele littekens is er van zijn oorspronkelijke trekken niets meer over.

- Politiek onverschillig

- Hij ziet degenen die hij ontmoet als tegenstanders die hij moet ontmaskeren en

overmeesteren.

- Schermt zijn gevoel af d.m.v. het ‘groene gefluister’. Elke keer als het gevoel

dreigt door te breken, hoort Corinth het groene gefluister.

- '(Het groene gefluister kon ook brullen, een zware mannenstem in hallen: '...maat

over...', '...de draaitoren, en wie...', opdoemend en verzinkend in een muur

van nacht; soms was het de stem van een vrouw die in zijn hoofd geboren werd en zei: '...o

ja? Vandaar...' of: '...alle dieren en...'; en ook wel scheldend, lachend,

fluisterend, een harde schreeuw in de leegte, of maar een enkel woord, dobberend op de

stilte; het waren zeer werkelijke stemmen, die bij mensen hoorden die hij niet kende en

niet zag, maar die een voorstelling opriepen: arbeiders in havens, een vrouw in haar

keuken, een jongen bij een relletje op een plein: een stad; het kwam vlak voordat hij

insliep, een enkele keer overdag, vroeger op school al, onder de les, hij kon het niet

begrijpen. Het betekende nooit iets, wat er uit die stad kwam.)'-Theorieën:



- Dronken van de alcohol en vermoeidheid ontvouwt Corinth Schneiderhahn een theorie

waarin ons gangbare begrip van tijd relatief wordt gesteld.



'Hij zei dat de ruimte in termen van tijd wordt uitgedrukt; men zegt niet, dat is

zoveel kilometer ver, men zegt, het is tien minuten lopen, vijf uur vliegen, een week op

de boot. Waarom zou men dan niet omgekeerd de tijd in termen van ruimte uitdrukken? O,

de oorlog is quadriljoenen kilometers geleden. Mijn jeugd - lichjaren her.'



En niet alleen dat het verleden daarmee op onschadelijke afstand komt, de theorie houdt

ook in dat de mensen elke seconde veranderen.



'Hij zei, maar wij kunnen er niet eens over denken, Herr Schneiderhahn, want wij

weten het niet omdat wij zelf veranderd zijn en wij zouden terug moeten reizen om het te

weten te komen, maar dan zouden wij weer niet hier zijn en niet veranderd. Wij kunnen

helemáál niet denken, want iedere schakel is een deel van een andere ketting; wij

denken, maar iedere sekonde is het een ander die denkt, ergens anders in het heelal, in

een andere kamer, een andere stad, op een andere aarde, zei hij, - wij zijn een oneindig

aantal anderen.'

Het aantrekkelijke van deze theorie voor Corinth is, dat eruit volgt, dat men voor de

daden van een onherkenbare persoon, begaan in een ver verleden, moeilijk verantwoordelijk

gesteld kan worden. De volgende theorie dient om het zinloze bombardement een plaats in de

geschiedenis te bezorgen. Hiertoe ontwerpt Corinth een anti-historie, een apocriefe

geschiedenis, waarin de zinloze gebeurtenissen die geen bedoeling en (historisch) geen

gevolgen hadden, thuishoren. Je hebt dus de canonieke geschiedenis,

'[...] de geschiedenis van de geest, bloedig maar geest, de bedoeling, de gevolgen:

Alexander, Caesar, Napoleon - Slag bij Marathon, Slag bij Dresden, Bombardement van

Berlijn, Hamburg. Dat is de tijd, de ontwikkeling. Maar daarnaast, daaronder, ligt de

anti-historie in de stilte van de dood, en met tussenpozen zakt de historie erin weg. Dan

geldt de anti-historie van Maso Dun Tanhu, Atilla, Timoer Lenk, Djenghiz Khan, Hitler. Dan

is er geen gedachte meer, geen bedoeling en geen gevolg - alleen het niets. Tussen de

massacres van de Hunnen en de koncentratiekampen van Hitler is geen tijd verstreken. Zij

liggen naast elkaar op de bodem van de eeuwigheid. Hij dacht, en daar ligt Dresden.'

Wat in de anti-historie gebeurd is, bij voorbeeld het bombardement van Dresden, is

eigenlijk niet gebeurd.

'[...] want het had ook niét gebeurd kunnen zijn: het maakte geen deel uit van een

strategie, van de tweede wereldoorlog, zoals de massacres van de andere steden. Die hadden

een bedoeling, en aanwijsbare gevolgen - zoals het massacre van Carthago, en Hiroshima;

die mikten boven zichzelf uit, zoals de slag om Troje niet om Troje ging, maar om Helena.

Dresden niet.'



Hella Viebahn:

- Gezicht sterk, leek 35, maar was vermoedelijk jonger.

- hostess op het congres

- Getrouwd geweest

- 'Hella' -> Helena, de schone vrouw om wie de Trojaanse oorlog gevoerd is. Zoals

Helena voor de Grieken de personificatie was van Troje, zo is Hella voor Corinth de

personificatie van Dresden.



Schneiderhahn:

- West-Duitse collega van Corinth

- Is dol op fotograferen van ruïnes

- heeft van 1942 tot 1946 een topfunctie gehad in een buitenlandse spionage-organisatie en

stond dus aan de goede kant.

- karikatuur van het sterke Duitsland



Ludwig:

- 'Hij was grijs en gedrongen, droeg een schipperstrui en rookte uit een gebogen pijp: de

kapitein van zijn huis, een schip, dat door het dal voer.'

- Eigenaar van het huis, waarin Corinth logeert.

- het huis is '[..] de nauwkeurige nabootsing van een huis in Rome, dat zeker Krschowsky

hier had laten verrijzen om er de dag na de voltooiing, terwijl het overal naar verf rook,

zelfmoord in te plegen.'



Günther:

- Chauffeur

- woont in het pension van Ludwig en staat ter beschikking van Corinth



Eugène:

- Woont in het pension van Ludwig, als diens vriendje, een schandknaapje, zoals in het oude

Rome algemeen aanvaard was - wat dat betreft dus geheel in

de stijl van Ludwigs huis dat een nauwkeurige kopie is van een Romeinse villa.

- karikatuur van het decadente Duitsland

- bij homo-erotische situaties denkt Corinth aan hem



IV TAALGEBRUIK:



Er zijn veel verwijzingen naar de Griekse en Romeinse mythologie. Er is sprake van een

personale vertelsituatie. Soms is het verhaal moeilijk te volgen door het 'groene

gefluister'.



Verwijzingen:

- Zeno is een Griekse filosoof uit de vijfde eeuw voor Christus, die met een bewijs het

ongerijmde, waar Schneiderhahns opmerking 'nooit haalt Achilleus de schildpad in' naar

verwijst, wilde aantonen, dat alle beweging, elk voortgaan in de tijd moet berusten op

gezichtsbedrog. Er is in wezen alleen maar onveranderlijkheid.

- Pools-Duitse wiskundige Hermann Minkowski poneerde dat ruimte en tijd één waren.

- Eugéne Minkowski is een Frans psychiater die belangrijke bijdragen heeft geleverd

tot de kennis van schizofrenie en de tijdsbepaling.

- Tsjang Kai-sjek: Leider van Nationalistisch China, in de jaren 50.

- het Manifest: Het communistisch manifest, in 1848 uitgegeven door Marx en Engels, dat

begint met de woorden:'Er waart een spook door Europa.'

- Augiasstal: Zwijnenstal die de Griekse held Herakles moest schoonmaken.

- Iliacos intra muros peccatur et extra: Zowel binnen als buiten de muren van Troje wordt

gezondigd. Latijns citaat uit Horatius, Epistulae, Boek I, II, 16.

- Joseph McCarthy: Amerikaans politicus in de jaren vijftig, die zeer tegen de communisten

gekant was.

- Aristoteles: Grieks wijsgeer, 384-322 v. Chr.

- Pan: Griekse godheid met bokkenpoten die graag nymfen achtervolgde.

- Pallas Athene: Griekse godin van de wijsheid.

- Mao Dun Tanhu: De eerste koning der Hiung-Nu, Siberisch ruitervolk, voorvaders van de

Hunnen, circa derde eeuw v. Chr.

- Atilla: koning der Hunnen, vijfde eeuw.

- Timoer Lenk: Mongoolse heerser uit de veertiende eeuw.

- Djenghiz Khan: Mongoolse heerser uit de dertiende eeuw.

- Aquileia: Stad in het tegenwoordige Italië, in 452 verwoest door Atilla.

- Miltiades: Grieks veldheer die in de vijfde eeuw v. Chr. de slag bij Marathon won.

- Poe: Amerikaans dichter, schrijver, criticus, 1809-1849

- Himmler: Minister van Binnenlandse Zaken onder Hitler.

- Von Stauffenberg: Duits kolonel die een bomaanslag op Hitler pleegde in 1944

- Sjostakowitsj: Hedendaags Russisch componist.

- Heydrich en Lidice: Lidice, een dorp in Tsjechoslowakije dat vernietigd is als

vergelding voor de moord op de Duitser Heydrich, 1942.







V GEGEVENS OVER DE AUTEUR:



Mulisch geeft geen beeld van een toevallige werkelijkheid in zijn romans en verhalen,

hij schrijft geen realistische boeken in de engere betekenis van het woord. Het gaat hem

om de onderliggende werkelijkheid, het systeem, de mythe, die in allerlei gebeurtenissen

en belevenissen aan de oppervlakte komt. Deze mythe heeft te maken met het probleem, het

raadsel van de tijd: het verstrijken van de tijd, het overwinnen van de tijd, het

teruggaan in de tijd enz. Mulisch vroegste werk wordt gekenmerkt door beschrijvingen van

fantastische, vaak absurde voorvallen en de hierboven genoemde mythische en magische

elementen zijn in deze periode overheersend:



‘Archibald Strohalm’ (1952), ‘Het zwarte licht’ (1956), ‘De versierde mens’ (1957),

‘Tanchelijn’ (1960).In ‘Het stenen bruidbed’ (1960) dat ook een mythologisch thema

heeft, is een wending aan te wijzen naar de realiteit. Deze wending blijft voortduren tot

1970. Na 1970 keert Mulisch de actualiteit de rug toe met enkele boeken waarin het

schrijven en schrijverschap centraal staan: ‘De verteller verteld: Kommentaar,

Katalogus, Kuriosa en een Katastrofestuk’ (1971), ‘De toekomst van gisteren: Protocol van

een schrijverij’ (1972).



Na 1970 keert ook de mythe terug die in zijn boeken van voor 1960 het centrale thema

vormde, namelijk de tijd. Opvallend is de verandering in de persoonsuitbeelding in de

romans en verhalen na 1975. In zijn vroegere boeken treden vooral fantastische of heel

bijzondere figuren op, maar de personen in ‘Twee vrouwen’, ‘Oude lucht’ en ‘De Aanslag’

zijn levensechte, herkenbare mensen en hun handelen is psychologisch meer gemotiveerd dan

in de oudere romans en verhalen.

Nog wat meer persoonlijke informatie over Harrie Mulisch: Hij werd geboren op 29 juli 1927

in Haarlem. Hij leeft sinds 1949 van zijn pen.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen