U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Harry Mulisch - De Aanslag.
Deze versie komt van http://huiswerk.leerlingen.com/boekverslag/21514/ en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2717 woorden.

A. Praktische gegevens







1. Bibliografische gegevens





1) De titel van het boek is: De Aanslag. De auteur: Harry Mulisch.

2) Het boek is uitgegeven door De Bezige Bij.

3) De eerste druk is verschenen in 1982.

4) Ik lees de zevende druk, 1983.

5) Het boek heeft 254 bladzijden.

6) Als je het eerste deel van het boek leest zou je denken:’Dit is een oorlogsboek’. Maar het verhaal speelt zich alleen in de eerste episode tijdens de oorlog af. De verdere episodes gaan over het leven van Anton Steenwijk en hoe hij zich ontwikkelt, dus ik zou het boek beschrijven als een psychologische roman.

7) Het boek begint met een Proloog. Daarna volgen 5 episodes die elk uit een paar hoofdstukken bestaan.

8) Motto: Overal was het al dag, maar hier was het nacht, neen, meer dan nacht. C. Plinius Caecilius Secundus Epistalue, v1, 16





2. Titelverklaring



In de tweede wereldoorlog vindt er voor het huis van de familie Steenwijk een aanslag plaats op de NSB’er Fake Ploeg. Deze gebeurtenis heeft een grote ‘impact’ op het leven van Anton Steenwijk (de hoofdpersoon). Hij wordt er zijn hele leven mee achtervolgd.

Ik denk dat het motto: Overal was het dag, maar hier was het nacht, neen, meer dan nacht betekent dat voor velen de oorlog echt voorbij was, maar Anton zat er als het ware nog midden in. Door de aanslag voor zijn huis verloor hij zijn ouders en broer. Hij heeft nooit geweten waarom en hij had zoveel vragen die moeilijk beantwoord konden worden. Door toeval komt hij er op latere leeftijd achter hoe het allemaal zat. Maar van zijn 12e tot zijn 40e heeft hij rondgelopen met veel vragen en dacht hij nog veel aan ‘de aanslag.’





3. Tijd in de geschiedenis



De episodes zijn betiteld met de jaartallen waarin het verhaal zich afspeelt.



De Eerste episode: 1945, het einde van de oorlog is in zicht, bijna heel Europa is bevrijd.

Tweede episode: 1952, er wordt regelmatig gezegd dat het zeven jaar later na ‘de aanslag’ is.

Derde episode; 1956, ook hier wordt regelmatig gezegd welk jaar het is.

Vierde episode, 1966, muziek van The Beatles op de radio, en er geldt hetzelfde als bij de tweede + derde episodes.

Laatste episode, 1981, grote demonstratie tegen atoombommen.



De 1e episode is de belangrijkste. Deze speelt zich af in de Tweede Wereldoorlog en hierin vindt ‘de aanslag’ op een NSB’er plaats, vlak voor het huis van de familie Steenwijk.

Peter, de broer van Anton, wil het lijk verplaatsen. De Duitsers komen, verdenken Peter als schuldige, schieten hem neer en ze executeren Antons ouders.

Mulisch heeft er bewust voor gekozen deze gebeurtenis in de oorlog te laten plaatsvinden, vandaar de Duitsers, NSB’er…

In de rest van de episodes ontdekt Anton wat er aan de hand was, de avond van ‘de aanslag’. In elke episode ontdekt hij bij toeval meer over wat er precies gebeurd is.

De 2e episode speelt zich af in 1952, de 3e in 1956, de 4e in 1966 en de laatste in 1981.

Mulisch heeft hiervoor gekozen omdat Anton om de paar jaren wat ontdekt over de avond van ‘de aanslag’. Verschillende mensen wisten iets over de avond en Anton kent ze niet allemaal. Anton heeft toch tijd nodig om ze bij toeval tegen te komen? Dat kan jaren duren. Vandaar dat Mulisch verschillende episodes heeft gemaakt. De tijd ertussen was niet zo belangrijk. Daar werd een korte beschrijving van gegeven aan het begin van een nieuwe episode. En als Mulisch het wel belangrijk had gevonden, was het boek vast erg dik geweest.





4. Tijdsduur



Het verhaal wordt verteld van 1945 tot 1981. De tijdsduur is dus 36 jaar, al worden er geen 36 jaar beschreven.



5. Ruimte



De belangrijkste gebeurtenissen spelen zich af in de 1e episode: in en rond het huis van de familie Steenwijk op de avond van ‘de aanslag’, en als Anton daarna een nacht opgesloten zit in de gevangenis, samen met Truus Coster, een verzetsstrijdster (het meisje met het rode haar?). De laatste vond ik erg belangrijk omdat Anton Truus zijn hele leven niet kan loslaten. De nacht in de gevangenis achtervolgt hem.

Op de avond van ‘de aanslag’ speelt de ruimte in het verhaal alleen als decor. Er is dus sprake van een speelruimte. Er is geen enkel verband bij de beschrijving van de ruimte en hoe Anton zich voelt.

Voor de nacht in de gevangenis geldt hetzelfde. Dit fragment bestaat haast alleen uit een dialoog.





6. Hoofdpersonen



Anton Steenwijk is de belangrijkste persoon. Verder kan ik echt geen belangrijke personen meer noemen. Ik kan wel de personen noemen die met het verhaal en met Anton te maken hebben (bijpersonen).



Anton: Round character. Anton is de hoofdpersoon van De Aanslag. Hij lijkt me een verstandige, rustige en vriendelijke man. Hij heeft veel moeite met het verwerken van herinneringen aan de oorlog. Hij houdt van kunst, houdt zich niet bezig met politiek, en is beschouwend.

Aan het begin van het verhaal is hij 12 jaar en aan het einde ongeveer 48/49 jaar.

In de tijd van zijn twaalfde tot zijn 48/49e is hij zeker veranderd. Zijn hele leven werd hij achtervolgd door de gebeurtenissen op de avond van ‘de aanslag’ (goh, dat zinnetje komt wel erg vaak terug…). In de laatste episode komt hij erachter waarom het die avond zo is gegaan en wat er precies is gebeurd. Anton vindt meteen een antwoord op al zijn vragen en hij heeft er vrede mee.

In het boek staat: En zoals de zee ten slotte alles wat de schepen verloren hebben op de kust gooit - en de strandjutter verzamelt het voor zonsopgang: zo verscheen die oorlogsavond van 1945 nog eenmaal in zijn leven.





Vader, moeder en broer Peter: Zij vormen samen met Anton de familie Steenwijk. Ze komen alleen in de 1e episode voor en het zijn flat characters.





Saskia de Graaff: Saskia is de eerste vrouw van Anton en de moeder van Sandra, de dochter van Anton. Saskia en Sandra zijn beiden flat characters.



Liesbeth: Liesbeth is de tweede vrouw van Anton en ze is de moeder van Peter, de zoon van Anton. Liesbeth en Peter zijn beiden flat characters.



Cor Takes: Takes is de verzetsstrijder die Ploeg heeft doodgeschoten. Anton ontmoet hem toevallig bij een begrafenis en Takes blijkt de oude liefde te zijn van Truus Coster, de vrouw waarmee Anton een nacht in de gevangenis heeft gezeten. Takes is een flat character.





B. Vertelwijze







1. Perspectief



De Aanslag wordt gezien vanuit een personaal hij-perspectief en door het perspectief ‘alwetende verteller’. Je krijgt alleen inzicht in de gedachten en gevoelens van Anton, niet in die van andere verhaalfiguren. Het verhaal draait ook alleen om Anton.

Toch hanteert Mulisch ook het perspectief ‘alwetende verteller’. Er worden regelmatig verwijzingen gegeven naar de toekomst en er worden dingen verteld die Anton helemaal niet kan weten.

Mulisch heeft het hij-perspectief en ‘alwetende verteller’ gekozen omdat de lezer zich dan beter kan inleven in de hoofdpersoon. Als het een ik-perspectief zou zijn geweest, zou men alleen door de ogen van de ik-persoon kijken. De ik kan mensen als gemeen of vals afschilderen, terwijl het vanuit de ogen van de alwetende verteller een goed mens is (en de alwetende verteller weet ALLES, dus het zal ook wel een goed mens zijn…)

De alwetende verteller kan dingen in het verhaal heel spannend, eng of mooi maken. Terwijl de ik het helemaal niet spannend, eng of mooi vindt.





2. Taalgebruik



Ik kon het boek goed lezen, maar sommige zinnen moest ik een paar keer overlezen voordat ik ze begreep (‘Ook al voordat de catastrofe plaatsvond, had Anton de naam ‘Buitenrust’ niet opgevat als de rust van het buitenzijn, maar als iets dat buiten de rust was, - zoals ‘buitengewoon’ niet op het gewone van het buitenzijn slaat (en nog minder op het buiten wonen in het algemeen), maar op iets dat nu juist niet gewoon is).

Mulisch schrijft op een manier die ik niet gewend ben, met lange zinnen en opvallend veel vergelijkingen (Het werd donkerder en er wolkte iets, zoals wanneer een druppel inkt in een glas water valt: uitstulpende vermenging die geen vermenging is, plasmatische beweging, gedaanteverwisseling…) . Ook gebruikt Mulisch Italiaanse en Latijnse citaten (Nu schokte er door Anton zoiets als een lach. Zijn vader de griffier, die een inspecteur van politie bakte en op at. De gustibus non est disputandum.).

Mulisch gebruikt commentaar, veel dialogen, en beschrijvingen.





3. Beschrijving van personen en ruimte



Mulisch besteedt een paar zinnen aan de beschrijving van Antons uiterlijk. In de eerste episode wordt kort beschreven hoe Anton eruitziet. In de laatste episode wordt door Karin, Antons oude buurmeisje, gezegd dat hij op zijn vader lijkt. En op bladzijde 253: Een lange slanke man loopt… , de lange slanke man is Anton. Ik denk dat Mulisch amper tijd hieraan besteedt omdat het, simpelweg, niet belangrijk is voor het verhaal.

De ruimte wordt goed beschreven. Ik kan het niet vergelijken met Het Parfum, waarbij ik alles wat beschreven werd kon ruiken en proeven. Maar ik kon een heel goed beeld geven van de ruimte. Als in een boek de ruimte niet goed wordt beschreven, neem ik een beeld uit mijn geheugen voor me (mijn oude huis, straat, school, enz). Dat had ik bij dit boek totaal niet.

Ik snap dat Mulisch de ruimte goed wil beschrijven. Zo kunnen mensen een soort van film voor zich zien (ook mensen die totaal geen fantasie hebben, maar zulk soort mensen bestaan niet).



B. Thematische aspecten





Verhaalmotieven:

- Moord: De NSB’er Fake Ploeg wordt vermoord.

- Oorlog: NSB’er Fake Ploeg, het verzet, de Duitsers

- Dood: Veel naaste familie van Anton gaat dood.

- Discussie: Er wordt veel gediscussieerd over bepaalde onderwerpen.

- Fascisme: Dit leidde tot ‘de aanslag’.



Abstracte motieven:

- Onzekerheid: Anton stelt zichzelf alsmaar vragen over waarom alles zo en zo gegaan is.

- Eenzaamheid: Antons ouders en broer zijn dood. Er is niemand die dat gevoel met hem kan delen.

- Je schuldig voelen: Anton voelde zich schuldig. Als hij nou dit en niet dat… Ook schuldig voelen hoort bij onzekerheid.



Leidmotieven:

Er komen wel leidmotieven in voor. Wat mij zelf opviel was: de dobbelsteen waarmee Anton net wil gooien als er 6 schoten op straat klinken. De dobbelsteen wordt nog eens genoemd aan het eind van de eerste episode, als Anton alles achter zijn rug heeft: Aan de hand van zijn oom, zonder jas maar in de twee truien, liep hij de winterdag in. Hij snikte, maar hij wist nauwelijks nog waarom, het was of met zijn tranen ook zijn herinneringen weggevloeid waren. Zijn andere hand werd koud en hij stopte hem in zijn zak, waar hij iets voelde dat hij niet thuis kon brengen. Hij keek: het was de dobbelsteen.

Ook wordt het later nog genoemd.



Op een site op internet met boekverslagen (boekverslag.nl) las ik in een verslag van De Aanslag dit:

Overal was het al dag, maar hier was het nacht, neen, meer dan nacht.

C. Plinius Caecilius Secundus: Epistulae, VI, 16

Dit citaat van Plinius heeft betrekking op de uitbarsting van de Vesuvius in het jaar 77. Deze uitbarsting zorgde ervoor dat Pompeï onder as en lava bedolven werd. Volgens Plinius was er zo veel as in de lucht, dat het donkerder was dan in de nacht. De aanslag op Ploeg heeft voor de familie Steenwijk en hun huis net zo'n verwoestende werking. Bovendien komt er op verschillende plaatsen in De aanslag as voor: zo begint de tweede episode met de vermelding dat er nog jarenlang as uit de hemel zal neerdalen. Dit is een vooruitwijzing naar het feit dat Anton zijn hele leven met de aanslag op Ploeg bezig is. Als Ploeg jr. zijn kei door de spiegel gooit, ploft er een wolk as uit de kachel. 'As' is het symbool van de vergankelijkheid: als iets er niet meer is, is er slechts as over en aan as kun je niet meer zien wat het ooit geweest is. De roman eindigt met de woorden: zijn schoenen sloffen en het is of zij wolkjes as opwerpen, ofschoon nergens as te zien is.

Degene die dit verslag heeft gemaakt heeft zeker veel opgezocht, maar hij heeft echt gelijk. Voordat ik dit las was het mij niet opgevallen. Maar ‘as’ is in De Aanslag een leidmotief.



Wat ook vaak terug komt, is tijd. Mulisch heeft het vaak over het raadsel van de tijd en het verleden, het heden, de toekomst…





2. Thema



Het onderwerp van het verhaal: Anton wordt zijn hele leven achtervolgd door een gebeurtenis uit het verleden.



Thema: Schuld.







D. Structurele aspecten





1. De volgorde van de gebeurtenissen



Het verhaal wordt chronologisch verteld. Wel zijn er soms flash-backs en flash-forwards.

Zie A.3.



2. De belangrijkste gebeurtenissen



- NSB’er wordt vermoordt, voor huis van familie Steenwijk gelegd

- Ouders + broer Anton worden vermoord

- Anton zit bij Truus Coster in cel

- Anton gaat bij oom + tante wonen

- Anton studeert medicijnen

- Ontmoet zoon van NSB’er

- Wordt dokter

- Anton trouwt met Saskia en krijgt kind, Sandra

- Hij ontmoet Cor Takes, die NSB’er doodschoot

- Anton trouwt met Liesbeth

- Anton krijgt aanval

- Anton bezoekt graf Truus

- Hij ziet oud buurmeisje, die alles over avond van aanslag verteld



Ik vind dat er meer spanning in komt als Anton Cor ontmoet. Hij komt te weten dat Cor het oude liefje van Truus Coster was en hij loopt steeds vaker na te denken over de avond van ‘de aanslag’. Ook probeert hij dingen uit te zoeken.



3. Het begin



Het boek begint met het proloog. Ik vind het een informatieve opening. Er wordt namelijk informatie gegeven over waar Anton woont, hoe het eruit ziet, de ruimte. Er is geen handeling. Er wordt alleen verteld over wat Anton zoal doet in zijn buurt.



4. Het einde



Het einde van het boek is gesloten. Anton is achter al de raadsels van ‘de aanslag’ gekomen en daar draaide het verhaal helemaal om. Ik weet alleen niet of Anton Cor Takes nog heeft bezocht om hem te vertellen dat Truus wel van hem gehouden heeft. Ik neem aan van niet.





E. Mening



Goh, eindelijk aan de mening toegekomen. Ik vond het echt een goed boek. Ik heb nog nooit een boek van Harry Mulisch gelezen. Maar dit boek werd door u (= Tineke) aangeprezen en ook door mijn ouders, dus dacht ik: laat ik dat boek eens lezen.

Toen ik het boek begon te lezen kon ik er moeilijk in komen (= proloog). Ik was ziek en kon me moeilijk concentreren, maar ik ben zeker blij dat ik heb doorgezet.

De 1e episode was meteen al spannend.

Toen Anton bij Truus Coster in de gevangenis kwam, dacht ik: Hee! Dit komt mij bekend voor, zo meteen gebeurt dit en dit en dit…. Het bleek dat ik de verfilming van het boek ooit gezien heb.

Het boek sprak me echt aan. Ik kan het niet goed uitleggen, maar het raakte me gewoon. Ik heb niet alles even grondig gelezen (inderdaad, daar had ik geen zin in), maar ik lees het in de toekomst heus nog een keer!!

Mulisch heeft zeker een goed boek gemaakt met een zeer geloofwaardig verhaal. Maar wat ik wel op moet merken is dat het wel erg merkwaardig is dat Anton Cor Takes ‘toevallig’ hoort praten over ‘de aanslag op Fake Ploeg’. En dat Anton Karin (zijn vroegere buurmeisje) ‘toevallig’ tegenkomt. En Anton zat ‘toevallig’ bij Truus Coster in de cel. Maar ja. Toeval komt nou eenmaal veel voor.

Ik las in een verslag op internet bij een mening dat diegene het belachelijk vond dat Mulisch het woord:’visgraatmotief’ een aantal keren gebruikte. Dat vind IK nou onzin!! Mulisch gebruikte juist hele leuke dingen in zijn boek. Ik vind ook dat hij van Anton een leuk karakter heeft gemaakt. Een karakter dat mij aanspreekt. Een betrouwbare man, interesse in kunst, laat zijn vriendinnetjes zijn verzameling sextanten zien??

Het belangrijkste moment vond ik de aanslag. Maar wat ik ook belangrijk vond was toen Anton er achter kwam dat het eigenlijk goed was dat de buren het lijk van Fake Ploeg voor de deur legden… Zo werden 6 mensen gered.

Ach..zucht zucht… Ik vond het een goed boek. Ik zal het zeker nog eens lezen. En DAT, dames en heren, is mijn totaaloordeel.

Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen