![]() |
|
Boekverslag : Harry Mulisch - De Aanslag
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 3373 woorden. |
Inhoudsopgave
De Aanslag Uitgeverij De Bezige Bij Amsterdam 1986 Eerste druk in 1982. Het boek heeft 254 pagina’s, die verdeelt zijn in 6 hoofdstukken van verschillende lengten, nl. een proloog en vijf episodes. Die hoofdstukken zijn weer onderverdeelt in subhoofdstukken, die zijn aangegeven met Arabische cijfers. Elk hoofdstuk schildert een stuk van het leven van de hoofdpersoon. De opbouw is te vergelijken met klassieke tragedie: een proloog gevolgd door 5 episoden. Elk episode duurt 1 of enkele dagen en historische gebeurtenissen uit die perioden hebben een momentele belangrijke functie in het verhaal. TitelverklaringDe titel ‘de Aanslag’ verwijst naar de hoofdgebeurtenis in het boek. Het hele boek draait om de aanslag die Anton zijn hele leven bezig houdt. Deze aanslag werd in 1945 gepleegd door het verzet op een collaborateur voor zijn huis. Door deze aanslag wordt heel Antons familie vermoord.MottoHet motto staat voorin in het boek en luidt: Overal was het al dag, maar hier was het nacht, C. PLINIUS CAECILIUS SECUNDUS Je kunt dit motto op twee manieren uitleggen. AchtergrondenHarry Kurt Victor Mulisch werd in 1927 te Haarlem geboren. Zijn nationaliteit was eerst nogal onduidelijk doordat zijn vaders paspoort niet deugde.Mulisch groeide op in een wonderlijke kring van internationale familieleden van vaders- en moederszijde. Ook zijn moeder was van oorsprong geen Nederlandse: zij was de dochter van een bankier, die bij het begin van de eerste wereldoorlog uit Antwerpen naar Nederland was gevlucht. Dit huiselijk milieu heeft hem heel wat sterker beïnvloed dan het onderwijs dat hij onder meer aan een lyceum te Haarlem ontving. Zijn letterkundige vorming begon bij de boekenkast van zijn vader die niets anders dan buitenlandse boeken bevatte. Dit laatste had het voordeel, dat hij al vroeg leerde beseffen, wat internationaal peil betekende. Eerder dan een literaire trad bij Mulisch een technisch-wetenschappelijke belangstelling op, die in zijn werk ook duidelijk is aan te wijzen. Tijdens de oorlog nam hij met een aantal vrienden regelmatig proeven op een zolderkamertje. Enkele leden van deze scheikundeclub zijn intussen chemici in jamfabrieken geworden. Harry, de oprichter, begon niet lang na haar opheffing te schrijven. Het experimenteren -zij het op een heel ander terrein- bleef hij trouw. Na de oorlog schrijft hij in moeilijke omstandigheden drie jaar achtereen als bezeten voort, hoewel men zijn werk maar een enkele keer een plaatsing in een week- of maandblad waardig keurt. Maar in 1951 verwerft hij met zijn "Archibald Strohalm" de Reina Prinsen Geerligsprijs. In de daarna in vrij snelle opeenvolging verschijnende verhalen, essays en romans ontplooit zich een even veelzijdig als eigen talent. Algemeen bewondert men zijn taalvirtuositeit, die des te opmerkelijker is, omdat hij gebruik maakt van het natuurlijke, dagelijkse Nederlands. En verblindend blijkt in zijn beste werk de tegelijk speelse en grootse fantasie. Al verscheidene jaren woont Mulisch -sedert jaren redacteur van De Gids- niet meer in Haarlem, maar aan de Leidsekade te Amsterdam, waar hij een evenzeer geadoreerde als gekritiseerde figuur geworden is. SamenvattingProloog Tijdens de Tweede Wereldoorlog woont Anton Steenwijk met zijn vader, moeder en broer Peter in Haarlem. Hun kleine villa, ‘Buitenrust’, ligt naast ‘Welgelegen’, waar de familie Beumer, en aan de andere kant naast ‘Nooitgedacht’, waar Korteweg met zijn dochter Karin huist. Naast hen woont het echtpaar Aerts in Huize ‘Rustenburg’.Eerste Episode (1945) Op een avond, in Januari 1945, zit het gezin Steenwijk bijeen in de enige kamer van het huis die nog wordt; men speelt een spelletje Mens-erger-je-niet. Plotseling klinken zes schoten. horen. Voor het huis van Korteweg ligt een dode: de NSB’er Fake Ploeg. Korteweg en zijn dochter Karin verslepen het lijk en leggen het voor ‘Buitenrust’ neer. Als Peter naar buiten rent om de dode weg te halen en voor het huis van de familie Beumer te leggen, arriveren de Duitsers Zij voeren vader, moeder en Anton mee en steken de villa in brand. Anton wordt gescheiden van zijn ouders en naar het politiebureau in Heemstede gebracht. Hij zit daar in een duistere cel onder het bureau met een jonge vrouw, die hem op troostende wijze onderhoudt over de begrippen ’schuld’ en ‘verantwoordelijkheid’. De volgende dag wordt Anton naar Haarlem gebracht en vervolgens naar Amsterdam, waar zijn oom Peter hem ophaalt. Tweede Episode (1952) Na de bevrijding wordt bekend dat Antons ouders en broer op de avond van de aanslag waren gefusilleerd met vele andere gijzelaars. Voor Anton is dat bericht ‘als een boodschap uit voorhistorische tijden’. Hij blijft wonen bij zijn oom en tante, maakt het gymnasium af en gaat medicijnen studeren. Pas in 1952 komt hij weer in Haarlem, uitgenodigd voor een feestje van een medestudent. Onderwerp van gesprek daar is de oorlog in Korea en de angst voor het communisme. Niet geïnteresseerd in politiek zoekt Anton de plaats op waar zijn huis vroeger stond; van mevrouw Beumer hoort hij dat de Kortewegs na de bevrijding zijn verhuisd. Anton ziet een monument voor gevallenen, waarop de namen van zijn ouders voorkomen. Hij voelt iets van angst en besluit ‘Haarlem’ voorgoed te vergeten. Derde Episode (1956) Sinds zijn kandidaatsexamen woont Anton op kamers. In 1956 studeert hij af en besluit hij zich te specialiseren in de anesthesie. In dat jaar ook komen de politiek en daarmee het verleden weer in zijn leven. Hij raakt verzeild in een demonstratie tegen de inval van de Russen in Hongarije; in een van de demonstranten herkent hij een oude klasgenoot: Fake Ploeg, de zoon van de neergeschoten NSB’er. Hij neemt hem mee naar zijn kamer. Daar ontspint zich een discussie over de schuldvraag naar de dood van Fakes vader en Antons ouders. Volgens Fake zijn de communisten de schuld van alles. Als Anton dit bestrijdt, gooit Ploeg jr. met een steen die voor een communist was bedoeld Antons spiegel aan stukken. Tegelijk ontploft de kachel in de kamer. Vierde Episode (1966) Anton is anesthesist geworden en in 1961 getrouwd met Saskia, de dochter van een ex-verzetsman. Begin juli 1966 is hij met zijn vrouw en hun vierjarig dochtertje Sandra aanwezig bij een begrafenis van een bekend journalist die óók een verzetsverleden heeft. Daar ontmoet hij bij toeval Cor Takes, de dader van de Haarlemse aanslag. Hij blijkt die niet alléén gepleegd te hebben: zijn vriendin, Truus Coster, assisteerde hem. Op grond van details die Takes over haar vertelt, begrijpt Anton dat zij de vrouw was die met hem in de cel van Heemstede heeft gezeten. Een foto van Truus leert hem dat er verassende overeenkomsten in uiterlijk bestaan tussen haar en zijn vrouw Saskia: Anton beseft, dat hij, onbewust, Saskia misschien wel juist daarom heeft getrouwd! Laatste Episode (1981) Anton is gescheiden van Saskia en hertrouwd met Liesbeth. Uit hun huwelijk is een zoon voortgekomen, Peter. Financieel gesproken is het Anton goed vergaan: hij is rijk geworden, is nu eigenaar van vier huizen. Zijn migraineaanvallen, die hij sinds zijn jeugd heeft gekend, hebben hun hoogtepunt gevonden in een crisis, die hem in Italië heeft overvallen, maar die hij te boven is gekomen. Nog één keer is hij in Haarlem geweest, met zijn dochter, die wilde weten waar haar grootouders hadden gewoond. Ze hebben bloemen gelegd bij het grafmonument voor Truus Coster. In november 1981 raakt Anton, wederom bij toeval, in een grote mensenmenigte verzeild, nu die van de vredesdemonstratie in Amsterdam. Hij komt onverwacht Karin Korteweg tegen. Zij onthult dat haar vader indertijd het lijk van Ploeg had verlegd om zijn geliefkoosde hagedissen te sparen. Hij had het lichaam van Ploeg niet voor de villa van de familie Aerts kunnen leggen, omdat deze joden verborgen hield. Altijd bang voor wraak van Anton had Korteweg in 1948 zelfmoord gepleegd. Opnieuw de vraag van schuld en verantwoordelijkheid zich in alle hevigheid aan Anton op. Hij is verward, neemt haastig afscheid van Karin, maar hervindt zijn kalmte, lopend in de grote groep van gelijkgestemden, met zijn zoon Peter aan de hand. Thema en motievenHet belangrijkste thema is het onderscheid tussen schuld en verantwoordelijkheid. Mulisch wil zeggen dat iemand schuldig is voor wat hij gedaan heeft, de handeling zelf, niet voor wat anderen daar over zeggen/doen. Zie blz. 47-125-155-215-220. Maar ook het feit dat één gebeurtenis iemands leven helemaal kan beheersen, net zoals de aanslag heel het leven van Anton Steenwijk beheerst is een thema van het boek.Er zijn heel veel motieven in dit boek. Ten eerste een dobbelsteen. De avond van de aanslag speelt de familie Steenwijk mens-erger-je-niet. In de rest van het verhaal wordt nog aan de dobbelsteen herinnert doordat Anton er één in zijn broekzak heeft en deze zo af en toe te voorschijn haalt. Dit komt vooral voor als Antons leven een beslissende wending neemt, bijvoorbeeld vlak voor de aanslag en aan het begin van de crisis die hij doormaakt in Italië. Dit motief houdt verband met het toeval/lot. Het hangt van het toeval af op welk cijfer een dobbelsteen rolt. Zo was het ook toeval dat de aanslag net bij hun huis gepleegd is. Ook is het toevallig dat hij al deze mensen ontmoet die met de aanslag te maken hebben. Een spiegel: In het verhaal komt de spiegel dikwijls voor. De spiegel is een symbool voor het terugkijken naar het verleden, zoals de Grieken dat deden. In een spiegel kun je zien wat er achter je rug gebeurt. Het verleden ligt ook achter je, je kunt dus zien wat er met je verleden aan de hand is. Fake Ploeg jr. gooit de spiegel in de kamer van Anton stuk. Dit wijst op het feit dat Fake niet meer in het verleden leeft en daar ook niet aan herinnert wil worden. De jukebox: In de loop van het boek worden verschillende keren op belangrijke momenten liedjes vernoemd die afkomstig zijn uit een jukebox. Bijvoorbeeld op bladzijde 203 waar Anton het liedje "Red roses for a blue lady" hoort wanneer hij met Takes heeft gepraat over Truus die het leven van beiden beïnvloed heeft. Dit liedje verwijst naar haar en zorgt voor contrast tussen het verleden waarin zij zich bevinden als ze aan Truus denken en de harde werkelijkheid. Op bladzijde 150 hoort Anton het liedje "Thanks for the memory", wanneer een medestudent hem probeert te overreden om zich als vrijwilliger voor de oorlog in Korea aan te melden. Dit verwijst naar het feit dat Anton op dat moment al genoeg had aan de herinnering aan één oorlog en dat hij er niet nog zo’n herinnering bij hoeft. En op bladzijde 150 hoort Anton "It’s been a hard days night" als hij Takes voor het eerst ontmoet en ze naar buiten lopen om over de aanslag te praten. Dit liedje verwijst naar het feit dat de nacht van de aanslag een erg moeilijke is geweest voor hen beiden. Kruidnagel: Dat wordt gebruikt als pijnstiller tegen kiespijn. Tijdens de oorlog gebruikt Antons moeder kruidnagel tegen kiespijn en ook in de laatste episode raadt Liesbeth hem aan om kruidnagel te gebruiken tegen zijn kiespijn. Op deze manier worden de eerste en de laatste episode met elkaar verbonden. Schuldmotief: Anton is op zoek naar de schuldigen van de moord op zijn ouders en broer. Hij slaagt er niet in om een groep van mensen of een persoon in het bijzonder als de schuldigen aan te wijzen. Het is logisch dat dit niet kan, want een gebeurtenis als deze aanslag is het gevolg van een samenloop van omstandigheden, waarin mensen verzeild raken. Ook vele aspecten van een gebeurtenis zijn aan het toeval toe te schrijven. Hieruit volgt dat een gebeurtenis als deze niet aan één persoon is te schrijven. Geheugen/herinneringsmotief: Anton blijft zich bepaalde beelden uit het verleden herinneren; zijn vader zittend aan tafel, de vrouw met wie hij in de cel zat. Hij wordt bovendien anesthesist: specialist in het ‘vergeten’, hij probeert Haarlem ook te vergeten. Bepaald beeld van een vrouw: Anton heeft onbewust een beeld van de ideale vrouw. Hij denkt dat hij onbewust met Saskia getrouwd is, omdat zij zo veel op Truus Coster lijkt, met wie hij in de cel heeft gezeten en die hij erg vertrouwde. De Griekse mythologie: Er komen veel Griekse termen in het verhaal voor en ook verwijzingen naar het Griekse verleden. Zo woont Anton in Amsterdam in de Apollolaan ; Apollo is de zonnegod, hij straalt licht uit en licht symboliseert weer de liefde. In het boek komt ook duidelijk het denkbeeld van de Grieken naar voren dat je in het verleden de toekomst kunt zien. Anton denkt ook op deze manier. Hij denkt alleen maar aan de aanslag en maakt zich niet druk om de toekomst. Dit blijkt ook uit het feit dat hij niet meedoet aan de demonstraties. Ook een denkbeeld uit zijn jeugd staat in verband met deze werkwijze, namelijk het beeld van op een aak, die door achteruit te lopen zijn boor vooruit probeert te krijgen, maar tegelijkertijd op dezelfde plaats blijft staan. Stukjes Griekse tekst of Griekse woorden moeten deze denkwijze accentueren. Bijvoorbeeld op bladzijde 7, 10, 15, 16, 22, ….. De tegenstelling tussen licht en donker: In het verhaal komt deze tegenstelling vaak naar voren. Bijvoorbeeld in de gevangenis waar het heel erg donker is, maar waar de gewonde vinger van Truus oplicht in het licht dat onder de deur doorkomt. Na de oorlog woont hij op een verdieping waar veel licht is. Op de kamer van Takes is het ook schemerdonker met een verlichting van koud neonlicht. De duisternis hier weer de betekenis van haat en het licht van liefde. Deze tegenstellingen zijn ook motieven: stilte-lawaai, schuld-onschuld, goed-slecht. Verder: - de draad van de trui
Perspectief en vertellerHet boek wordt verteld door de alwetende verteller. Dit blijkt uit het feit dat er dingen gebeuren waarvan de afloop al bekend gemaakt wordt, hoewel dit in de toekomst nog moet gebeuren. Bijvoorbeeld op bladzijde 113: "Pas later…… vertrouwen inboezemen." Desalniettemin zien we de meeste gebeurtenissen door Antons ogen.PersonagesAnton Steenwijk : Een lange slanke man met donker haar. Hij heeft een gave huid met de tint van noten. Hij houdt zijn hoofd wat schuin en loopt meestal sloffend. Anton wil alles van de oorlog vergeten, hij heeft een rustig en gevoelig karakter. In het begin is hij wat onzelfstandig en verlegen, later in het boek is hij meer zelfstandig. Hij verloor toen hij twaalf jaar oud was zijn ouders en broer door de aanslag. Anton studeert medicijnen en wordt anesthesist (=specialist in het vergeten).Saskia de Graaf: Antons eerste vrouw. Zij is Stewardess en hij ontmoet haar in London. Ze hebben een dochter, Sandra Liesbeth : Antons tweede vrouw, een studente kunstgeschiedenis. Ze hebben een zoon, Peter Cor Takes & Truus Coster : Zij hebben de aanslag gepleegd op Fake Ploeg. Met Truus heeft Anton de nacht na de aanslag in de cel gezeten, en Cor ontmoet hij op een begrafenis, waarna hij met hem praat. Truus is enkele dagen na de aanslag gefusilleerd. TijdHet verhaal is chronologisch verteld. De vertelde tijd bedraagt 36 jaar. Van de hoofdpersoon zijn 12-de tot zijn 49-ste levensjaar. In werkelijkheid van 1945 tot en met 1981. Bij elke van de vijf episodes wordt een sprong in de tijd gemaakt.RuimteHet verhaal speelt zich af in Haarlem, Amsterdam en in de vakantieplaatsen waar de hoofdpersoon op vakantie is.In Haarlem speelt het verhaal zich voornamelijk af op het einde van de tweede wereldoorlog, wanneer de aanslag gepleegd wordt. In Amsterdam de periode na de oorlog. Vooral tijdens de demonstratie tegen de Russische inval in Hongarije in 1956 en tijdens de grote vredesdemonstratie in 1981. In Toscane krijgt Anton de crisis. Eigen meningIk ben het boek "De aanslag" gaan lezen, omdat ik van veel anderen had gehoord dat het een erg goed boek is om op je lijst te zetten. Daardoor waren de verwachtingen van het boek ook erg groot bij mij. En ook ik vind het een erg goed boek, ik zal het dan ook zeker aan anderen aanraden. Hiervoor heb ik de volgende argumenten. Ik vind het boek makkelijk om te lezen , omdat Mulisch een erg gemakkelijk taalgebruik toepast. Er waren maar weinig woorden waarvan ik de betekenis niet wist. Ik vind het wel vervelend dat er geen vertaling was van de Griekse zinnen en woorden, die hij af en toe gebruikt heeft.De opbouw is ook erg duidelijk door de verdeling van het verhaal in een proloog en vijf episodes. Bovendien is het verhaal levensecht. Ik kon me erg goed in het boek inleven, ondanks dat je dat bij een alwetende vertelsituatie niet zo gauw zou verwachten. Ik vind het ook een erg origineel boek. Als je weet dat je een boek over de oorlog gaat lezen, is het vaak hetzelfde als andere boeken over de oorlog. Dit is bij dit boek dus echt niet zo. Dit boek gaat niet zozeer om de oorlog, maar het speelt wel een belangrijke rol. Het verhaal is voor mij niet herkenbaar, omdat ik nog geen oorlog meegemaakt heb en hem niet hoop mee te maken. Het is echter niet echt spannend. Alleen in het begin tijdens de aanslag zit er enige spanning in het verhaal en daarna verdwijnt zo wat alle spanning, maar dit benadeelt het boek zeker niet. Het zou ook best een waar gebeurd verhaal kunnen zijn, Het verhaal van de aanslag zelf, zal tijdens de oorlog vast wel voor zijn gekomen. Dat is gewoon een bewezen feit. Kortom, vind ik het een erg goed boek, waaruit je zeker iets kunt leren. Geraadpleegde literatuur* Lexicon van literaire werken 9* De ideale bibliotheek |
|
Andere boeken van deze auteur: |
Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen |