U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Gijs Wanders - Spoorloos Verdwenen.
Deze versie komt van http://www.scholieren.be/huiswerk/show_stuk.php?id=419 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2867 woorden.

De hoofdpersonen:


Mark Petersen: Geen bang type, doorzetter.





Bijpersonen:


1. Jim Petersen De broer van Mark


2. moeder Petersen: bang dat ook zijn zonen ook worden gevangen maar toch ook een doorzetter.


3. Mevrouw Kisekka: bang, droevig, maar daar buiten, vrolijk type


4. Emiel Seller: de Journalist die in het land verslag probeert te maken. Dapper.


5. Sarah: Dienstmeisje van fam. Petersen


6. Commandant: Vriendelijke meneer, gek op bier, wijn enz.


7. Günther: toeristische piloot, bang.


8. Joseph Jinja: Was onderwijzer van Mark, grapjes achtig type


9. Pappa Mimbo: Mimbosa (echte naam.) Dictator. Mensen noemen hem een griezel.


10. Kakwa: iemand van het volksleger, is snel kwaad.


11. Joshua: iemand van het volksleger, vriendelijk type


12. Hendry: iemand van het volksleger, (kom je niet veel van te weten.


13. dokter: directeur van het ziekenhuis, laat zich niet zomaar kisten


14. Basil Kisekka: doorzet type





Over de schrijver:


Gijs Wanders werd geboren in 1950 te Winschoten. Hij wilde altijd óf wereldreiziger óf journalist worden. Na de middelbare school begon hij als verslaggever bij de


Winschoter Courant. Na drie jaar had hij genoeg geld gespaard om zijn andere


ideaal – de wereldreis – te vervullen. Met zijn vrouw reisde hij door Noord-, Midden- en Zuid-Amerika.


Eenmaal weer thuis kreeg hij een baan op de redactie buitenland van het Nieuwsblad van het Noorden. Dit betekende weer veel reizen. Omdat hij vaak in oorlogsgebieden zat werd hij gevraagd om voor de radio te werken. Hij maakte radio-programma’s voor de NOS. Later kreeg hij een baan aangeboden bij het NOS-Journaal


Zijn eerste boek, Vogelvrije vrienden, is gebaseerd op zijn eigen ervaringen in Midden-Amerika.


Andere boeken die hij geschreven heeft zijn:


Spoorloos verdwenen, Gedwongen verzet en Stille getuigen.





Het verhaal:


Vlug glipt Mark door de wijd geopende poort. Even staat hij stil. Dan springt hij vlug de bosjes in. Hij zit nu op het erf van Pappa Mimbo. Daar is de garage. Er is niemand, snel rent hij naar de garage toe. Ook de garage staat open. Ja, ze zeggen dat Pappa Mimbo ervandoor is. Maar hij is nog erg onzeker. Hij kijkt wat rond in de garage. Hier is geen informatie over hun vader.


Vier jaar geleden waren ze geëmigreerd naar Magandi en droomden van oorwoud en zon. Vader zou helpen om een universiteit op te bouwen. Wel had Magandi een dictator: Mimbosa heette deze. Uit verhalen leek de dictator geen angstaanjagende griezel. Maar in werkelijkheid was het een griezel, Mimbosa was een nachtmerrie. Men mocht hem ook niet aanspreken als Mimbosa, maar als Pappa Mimbo. Dat klinkt onschuldiger. Toen de universiteit af was, eiste Pappa Mimbo dat de universiteit naar hem genoemd moest worden, echter de universiteit werd: “de Universiteit van Magandi”genoemd.


Pappa Mimbo nam wraak, de handlangers van hem deden invallen in de universiteit. Ze staken boeken in brand, en ranselden studenten af. Eenmaal deed vader zijn mond open, tegenover buitenlandse journalisten. ‘Leven en werken in Magandi is onmogelijk geworden” zei hij. Kort daarna werd vader opgepakt.


Vlug kijkt Mark om zich heen. Daar is het landhuis van Pappa Mimbo. Het is z’n honderd meter. Hij rent naar een paar bosjes. Niemand heeft hem gezien. Daar staat een raam open. Hij glipt door het raam naar binnen. Even staat hij stil. Mark beklimt de trappen van het huis. Zo te zien is niemand hier. Het is een chaos in het huis. De hoorn ligt naast de telefoon en in zijn slaapkamer liggen allemaal kleren op de grond. Dan valt mark iets op. Een gouden ring ligt op een kastje met de letters PP. Dat betekent: Philip Petersen. Deze was van zijn vader. Vlug steekt hij de ring in zijn zak. Hij moet nu wel haasten want het is vijf uur en om zes uur mag niemand meer op straat zijn. In zijn werkkamer liggen allerlei papieren op de grond gegooid. Wat zou er gebeurd zijn in dit huis? Vraagt Mark zich af. Ineens hoort Mark beneden stemmen. Snel, hij moet hier weg. Dat zouden vast die bewakers zijn. Snel en zo stil mogelijk gaat Mark naar beneden. Daar ziet hij de tas van mevrouw Kisekka staan, hij pakt de tas en rent geruisloos naar de keuken. Via de keukendeur rent hij de bosjes in. En verdwijnt zo, het erf af.


Verderop z’n honderd kilometer ergert een journalist: “Emiel Seller” zich groen en geel. Hij zit in het buurland Ushuali. De grenswachters weigeren hem door te laten naar Magandi.


Hij had nog geluk, dat hij een kamer kon vinden. Zijn collega’s thuis moet hij telkens teleurstellen omdat hij geen nieuws heeft. Zijn taak is om Prof. Petersen op te sporen. Hij moet erachter zien te komen hoe de man zes maanden geleden in het niets kon verdwijnen. Dat hij nog leeft lijkt hem twijfelachtig.


Die nacht, was Emiel Seller met een chauffeur richting het vliegveld gegaan. De chauffeur zei:’Ik zou maar terug gaan als ik jou was, je komt het land toch niet in.’ Maar Emiel wou en zou naar het land, Nu of nooit had hij er op geantwoord!


Dezelfde nacht bij Mark gaat het niet zo soepeltjes, hij heeft een nachtmerrie gehad en kon later niet meer slapen. Toen hij de volgende morgen aan tafel zat, vroeg zijn moeder:’waar ben jij gister geweest?’


Hij werd helemaal rood, tot dat hij het toegaf: ‘Ik ben in het landhuis van Pappa Mimbo geweest, en hij is echt vertrokken’ Zijn moeder schrok zo, dat vloekte en Mark om de oren vloog. Waarom ben je weggegaan. Ik heb zo gezegd: ‘Als ik jullie kwijt raak, dan ga ik kapot!


En niemand gaat opzoek naar onze vader. NIEMAND!


Mark en Jim lopen sprakeloos door de stad. Geen ruit is meer heel, trottoirs zijn bezaaid met glas, papier en allerlei andere dingen. Midden op de weg staan afgebrande bussen. Mark en Jim zijn op weg naar mevrouw Kisekka. Moeder heeft een aantal keren gebeld maar ze heeft niet opgenomen. Ze lopen door. Maar dan opeens horen ze geweerschoten. Vlug duiken ze een winkel in. Achter de toonbank verschuilen ze zich. Er klinken nog meer geweerschoten. Mark ziet dat er drie mensen achter een aantal bosjes verschuilt zitten. De mannen rennen naar het plein en gaan achter het standbeeld van Pappa Mimbo. Dan halen ze hun mitrailleurs te voorschijn en beginnen ze te schieten. Aan de andere kant van het plein staat een gebouw waar glimmende lopen van geweren uitsteken. Ook deze schieten terug. Even later horen Mark en Jim een grote ontploffing. “Dat was een handgranaat, we moeten hier weg”schreeuwt Jim.


Thuis ziet moeder de tas die Mark mee had genomen. Ze kijkt er in en ziet dat er een brief in zit. Op de envelop van de brief staat de afzender: geheime politie Ze pak die er uit en leest hem. ‘Heu? Heeft mevrouw Kisekka een zoon?’ Daar heeft ze nog nooit over gepraat. Dus Mimbosa rekende af met de zoon van maar liefs haar secretaresse.


‘Kijk de luiken zijn dicht’ zegt Jim tegen Mark. Als ze aangekomen zijn bij het huis van mevrouw Kisekka. Ze bellen aan maar niemand doet open. Dan gaan ze een kijkje nemen op de veranda. Alles zit op slot. ‘Is ze dan gevlucht?’ ‘Nee, zie maar de deuren zijn netjes dicht’ antwoord Mark. Jim komt later, met een brief aanstormen, en geeft het Mark. ‘Wat is dit?’ vraagt Mark. ‘Een bevel tot arrestatie’ antwoordt Jim. Ze is dus wel opgepakt. Vast door Pappa Mimbo.


Emiel had wat geregeld, hij was aangekomen bij het vliegveld. En had een piloot geregeld. De piloot brengt anders toeristen naar alle hoeken van het land. Maar deze tocht is duidelijk riskanter. Ze hadden de piloot drie keer de normale prijs aangeboden. De piloot wacht en twijfelt even, maar loopt dan naar de hangar. ‘Stap in, voor ik me bedenk.’ Zegt hij.


Hij vertrok ook meteen. Na een reis van ongeveer een half uur tot een uur komen ze aan bij het vliegveld, ze proberen contact te leggen, om te kunnen landen. Maar dat lukt niet. Als ze proberen te landen, komen er mensen uit de hangar en rennen naar hun jeeps, met hun geweren in de aanslag. Emiel en de andere collega’s van hem springen uit het vliegtuig en helpen om het vliegtuig te draaien. Als het vliegtuig weg is, komen de mannen met hun geweren en moeten ze op de grond liggen. Hun spullen worden meegenomen. Even later worden ze meegenomen naar de hangar. Het duurt vier uur voordat er iemand aankomt. De man wordt met ‘commandant’ aangesproken. Hij bestudeerd de in beslag genomen spullen, en neemt hun paspoorten mee. Even later komt hij terug, en zegt hij: ‘Jullie kunnen jullie gang gaan.’


De commandant was vriendelijk om een lift aan te bieden aan de journalisten, naar Magandi City. De commandant brengt hen naar een hotel. En hij loopt naar de receptie om Seller en de rest te melden. Even later komt hij terug. ‘Ik heb een bruidsuite geregeld’ lacht hij. Hij brengt hen naar boven en neemt afscheid.


Ondertussen op de binnenplaats van de geheime politie zijn Mark en Jim aan het onderzoeken of er ook mensen zijn. Maar dat blijkt niet zo te zijn. Ze gaan naar binnen en zien een kist staan. In de kist zitten allemaal zakjes met een soort suiker er in. ‘Het is vast Cocaïne’ fluistert Jim. Ze doen de kist weer dicht en gaan naar binnen. Als ze boven zijn vinden ze een plas bloed. ‘Bah, zullen we weg gaan, ik vind dit maar niks.’ ‘Nee doorzetten’ antwoord Mark.


Ze lopen door en komen bij een deur. Met een tekst er naast: Als je hier bent geweest, vergeet wat je hebt gehoord, vergeet wat je hebt gezien, laat alles geheim blijven en vergeet!


Moeder zou met de brief van mevrouw Kisekka naar de Kimby-gevangenis, om te vragen of de wachters weten van wie deze brief was. Als moeder bij een bewaker is gekomen, legt ze het verhaal uit. De bewaker weet niks. En wil alleen dat moeder weg gaat. Dan komt er een grote mooie limousine aanrijden en stopt voor de Kimby-gevangenis. ‘Mevrouw Petersen’ roept de man die uit de limousine gekomen is. ‘Ik wist dat het u was’ Eerst weet moeder niet wie het is, maar dan zegt de man zijn naam. En dan herinnerd moeder zich dat het Joseph Jinja is. (de onderwijzer van Mark)


Joseph is onderminister geworden van het nieuwe bevrijd gebied van Magandi. Hij heeft de taak om vermiste mensen op te zoeken. Daar ziet moeder wel wat in.


Intussen zijn Mark en Jim via de deur naar binnen gegaan, kijken rond maar vinden niks over hun vader. Als ze een kamertje inlopen, zien ze op het bureau 3 mappen met geheime documenten. Maar dan…… ze horen stemmen en voetstappen dichterbij komen. De kinderen blijven verstijfd staan en gaan vlug tegen een muur aanstaan. Het is Emiel, hij zegt dat hij een journalist is en dat hij op zoek is naar Prof. Petersen. Mark antwoord dat hij en Jim de zonen van Prof. Petersen zijn. Emiel neemt hen mee naar zijn hotel en praten daar verder.


Joseph en moeder lopen intussen in de gevangenis. Hij moet mevrouw Kisekka wat vragen stellen. Moeder loopt met hem mee naar een verhoorcel. Dan komt mevrouw Kisekka er aan. Zij vertelt het verhaal dat ze haar zoon: “Basil” Basil werd meegenomen omdat hij het rijbewijs niet mee had. Later had Basil het rijbewijs weer moeten laten zien. En toen concludeerde de politie dat de foto scheef stond. Haar man deed alles om haar zoon weer terug te krijgen. Later toen die aan het zoeken was werd ook haar man vermoord, door een één of andere zwerver. Die zwerver heeft het vast niet gedaan. Het is vast een list van de geheime politie. Toen ze in geldnood zat bood een vriend haar een baan aan. Al vlug werd ze secretaresse van de minister. Toen de minister werd dood geschoten, werd ze gedwongen om te gaan werken voor Pappa Mimbo. En vorige week kreeg ze te horen dat haar zoon, Basil nog leeft. Basil vervoerd drugs voor Pappa Mimbo. Nadat ze dit verteld hadden, namen ze afscheid en ging moeder weer weg.


De volgende morgen houd Joseph een toespraak. Hij zei dat hij geen leraar meer kon worden en dat hij nu een belangrijkere plicht heeft. Hij zal er voor zorgen dat alles weer goed komt. Als hij klaar is vraagt hij aan een jongen waar Mark is. ‘Die is thuis’ antwoord de jongen daarop.


Als Joseph bij Mark thuis is, zegt hij dat ze een dossier hebben gevonden waarin stond dat vader en andere gijzelaars mee zijn genomen naar Libango in de gevangenis. Hij zei ook dat de soldaten proberen om de gevangenis in te nemen.


Mark was weer naar Emiel gegaan. Emiel was bij de commandant om te kijken en te luisteren hoe de strijd bezig was. De soldaten waren vanmorgen richting Libango vertrokken. Ze hadden ook een Sherman-tank mee. Z’n tank uit de tweede wereldoorlog. De commandant, Emiel en Mark volgde de strijd via een radio. De Sherman-tank schakelde eerst de drie wachttorens uit. Toen knalt hij de poort van de gevangenis aan splinters, een paar soldaten van Mimbosa willen nog vluchten. Maar dat lukt hun niet. Als ze alle gevangenen hebben bevrijd blijken er drieënveertig gevangenen te zijn plus nog eens vier doden.


De volgende morgen komen Joseph en Emiel langs bij moeder. Hun vertellen dat de strijd goed gekomen is. En dat er vier doden zijn. Vader zat er niet tussen. ‘Maar heeft U een foto voor mij?’ Misschien is vader één van die vier doden. Moeder geeft hun een foto. We vertrekken morgenvroeg. Rond vijf uur naar Libango. Mark heeft het ook gehoord. Hij staat om een hoekje af te luisteren.


Mark schrijft vlug een briefje met de tekst:” `Nog één keer moet je me vergeven, mam. Ik beloof je, dat ik voorzichtig zal doen. Mark.


Dat legt hij s’avonds op de keukentafel. Hij zet de wekker om vier uur.


Als de wekker afgaat. Gaat hij stilletjes de kleren aandoen. Hij gaat naar beneden en loopt naar buiten. Mark loopt langzaam want hij heeft nog alle tijd. Als hij bij het hotel aan is gekomen. Ziet hij Emiel staan. Hij rent er heen en vraagt of hij mee mag. Met een aarzelig besluit zegt Emiel: ‘oké, toe maar. Stap in de auto’


Een paar uren later komt Jim naar beneden hij ziet het briefje en vertelt het aan moeder. Moeder zegt niks en gaat op de bank een sigaret roken.


Met een paar mannen van het volksleger: “Kakwa”, “Joshua” en “Hendry” gaan ze naar Libango, waar Basil Kissekka (de zoon van mevrouw Kissekka) gevangen zit. Hij weet misschien waar vader is. Ze nemen geen risico’s daarom hebben ze de hele kattenbak vol wapens. Van pistool tot bazooka om een tank aan te vallen.


Als ze bij de gevangenis zijn gekomen, worden ze allereerst gecontroleerd. En daarna mogen ze naar binnen. In de gevangenis informeren ze Joseph via de radio, en gaan ze verder naar het ziekenhuis. Daar ligt Basil Kissekka. Als ze zijn aangekomen bij het ziekenhuis, worden ze vriendelijk begroet door een dokter. Ook de directeur van het ziekenhuis. Kakwa wordt kwaad als ze Basil nu eerst niet mogen verhoren. De dokter wijst dat hij kalm moet zijn anders mag hij hem helemaal niet verhoren. De dokter neemt hen mee naar een zaal waar ze wat te eten en drinken krijgen. Even later zegt de dokter: ‘Seller en Hendri jullie mogen nu even naar Basil gaan om Basil te verhoren.’ Seller en Hendri gaan de kamer in van Basil maar even later komen ze terug zonder informatie. De dokter zegt dat Basil dan maar even met rust moet worden gelaten.


Die nacht rond 2 uur, kan Mark niet in slaap vallen. Hij moet telkens aan Basil denken. Zal hij het weten waar vader is? Zal hij weten of hij nog leeft? Hij kan er niet meer tegen en loopt naar beneden. Hij gaat naar de slaapkamer van Basil. Hij slaapt nog steeds niet. Mark stelt zich voor. Basil zegt geen woord. Dan vertelt Mark het verhaal van zijn vader dat hij nu al 6 a 7 maanden vermist is. Hij mist hem. Na een lang verhaal, vertelt Basil waar zijn vader moet zijn. Maar hij weet het niet zeker. Mark mag het alleen aan Seller vertellen. Dan verteld Basil zijn plan.


Rond een uur of vier gaan ze samen stiekem naar de hangar. Daar staat Basil op hen te wachten. Ze starten de motor en vliegen op weg naar Mimbosa Paradijs. Dat is een geheime gevangenis. Als ze er zijn geland, lopen ze richting het gebouw. Zo te zien is niemand er. Ze lopen wat door het gebouw en lopen verder naar de kelder. Daar horen ze iets kreunen. Mark weet niet wie hij daar ziet liggen, het lijkt zijn vader wel. ‘PAPPA’ roept Mark. Mark rent naar vader toe en omhelst hem. Dan vraagt Mark aan Basil of vader het nog zal overleven. Basil knikt. En dan lopen ze met vader samen naar het vliegtuig, om naar het ziekenhuis te gaan in Libango.





Mijn mening:


Ik vond het een leuk en spannend boek. Van het begin tot het einde. Ook zet het me aan het denken, hoe erg het is om z’n oorlog mee te maken.


Het boek maakte me ook nieuwsgierig hoe het zou aflopen. Of vader nog wel leefde, pas in het laatste hoofdstuk kom je pas te weten of vader nog leefde.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen