U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Gerard Walschap - Houtekiet.
Deze versie komt van http://www.studentsonly.nl/uittreksels/bv.asp?BvID=680 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2596 woorden.

Bibliografie
Antwerpen, ELSEVIER, MANTEAU D MCMLXXX
Dertiende druk

ISBN 90 223 0795 6


Samenvatting
De auteur

Walschap, Jacob Lodewijk Gerard, sinds 1976 baron (Londerzeel 9 juli 1898 – Antwerpen 25 okt. 1989), Belgisch Nederlandstalig schrijver, was redacteur van Dietsche Warande en Belfort (1923–1939), Forum (1932–1935), Hooger Leven (1928–1938), De Vrije Bladen (1935–1940) en het Nieuw Vlaams Tijdschrift (1947–1983). Van 1940 tot 1963 was hij rijksinspecteur van de openbare bibliotheken. Hij debuteerde met retorisch-romantische verzen, burgerlijk toneel met katholieke tendens en een humanitair, lyrisch-profetische roman, Waldo (1928). Grote bekendheid verwierf Adelaïde (1929), de eerste van een reeks opmerkelijke psychologische romans, waarmee hij dit genre in het Nederlandse taalgebied vernieuwde. De eerste cyclus van deze romans, De familie Roothooft (1939; herdr. van Adelaïde, Eric, 1931, en Carla, 1933), katholiek bedoeld en het ook zijnde, werd door een deel van de katholieke clerus en leken slecht bejegend, hetgeen bij de schrijver een gekwetste vervreemding tegenover de kerk teweegbracht, die na jaren van eenzame twijfel zou leiden tot vrijzinnigheid, afwisselend agressief en tolerant. Tegenover denkproblematiek en geciviliseerde maatschappij staat Walschap in een deel van zijn oeuvre rationalistisch positief; in een ander deel, o.a. in Sibylle (1938) en Bejegening van Christus (1940), wordt de ratio als destructief en elke cultureel-maatschappelijke binding als een ondraaglijk juk beschouwd. Zo verheerlijkt Walschap de eenvoud en geborgenheid in het primitieve volkse leven (Volk, 1930; De dood in het dorp, 1930; De wereld van Soo Moereman, 1941), de agressieve vrijheid tegenover alle maatschappelijke normen (Het kind, 1939; De consul, 1943) of de probleemloze vrijheid in Houtekiet (1939), een van zijn meesterwerken. Naast psychologische romans schreef hij ook probleemromans (Zuster Virgilia, 1951), sociaal-politieke, koloniale romans (Oproer in Congo, 1953), avonturenromans (De ongelooflijke avonturen van Tilman Armenaas, 1960) en modernistische romans (Het gastmaal, 1966; Het avondmaal, 1968). Begiftigd met onuitputtelijke verbeeldingskracht, beoefende hij ook nog verscheidene andere genres als het volksboek, kort verhaal (Genezing door Aspirine, 1943), kinderboek, teksten voor poppenspel, televisie- en radiotoneel. Zijn polemisch en essayistisch werk, hartstochtelijk en helder, soms eenzijdig en agressief, is zeer persoonlijk. Walschap heeft in het Nederlandse proza een eigen stijl geschapen, die door directe zakelijkheid, een soms overrompelend ritme, laconieke plasticiteit, syntactische vrijheden en pittig gebruik van de Brabantse volkstaal een zeer sterke kracht bezit. In 1968 ontving hij de driejaarlijkse Grote Prijs der Nederlandse Letteren.
WERK: (behalve de genoemde): Poëzie: Liederen van leed (1923); De loutering (1925). – Toneel: Flirt (1924; m. Fr. Delbeke); Dies Irae (1924; m. Idem); Lente (1925; m. Idem); De vuurproef (1925; m. Idem); De Spaansche gebroeders (1937). – Essays: Uitingen in de moderne wereldletterkunde (1930); Nooit meer oorlog (1931); Jan Frans Cantré (1932); Vaarwel dan! (1940); Voorpostgevechten (1943); Salut en merci (1955); Muziek voor twee stemmen (1963); Dossier Walschap (1966; bloemlezing uit hierbovengenoemde essays); J. Kuypers (1966); De kunstenaar en zijn volk (1967); De culturele repressie (1969). – Romans en verhalen: Trouwen (1933); Celibaat (1934); De vierde koning (1935); Een mensch van goeden wil (1936; Nederlandse televisiebewerking seizoen 1973–1974); Denise (1942); Tor (1943); Ons geluk (1946); Zwart en wit (1948); Moeder (1950); De graaf (1953); Manneke Maan (1954); De Française (1957); De verloren zoon (1958); Nieuw Deps (1961); Alter ego (1964); De Kaartridder (1966); Het Oramproject (1975); De heilige Jan Mus (1979); Autobiografie van mijn vader (1989); Het heilig uilke (1996). – Kinderverhalen: Slimke gazelle (1927); Zotje Petotje (1942); Gansje Kwak (1942); Wing en Wong (1945); Janneke en Mieke in de oorlog (1955); Het kleine meisje en ik (1955); De olifant die struikrover werd (1973).
UITG: Verz. werk (6 dln., 1988–1993); Denkend aan Walschap (1990; verz. brieven van Walschap aan M. Wildiers).
De tekst

“Houtekiet”
D MCMLXXX, dertiende druk
Antwerpen, Elsevier Manteau
ISBN 90 223 0795 6

Lezer

1. Ontspannend lezen

Spontane reacties

Een vlot lezend boek dat je nieuwsgierig doet verder lezen om de evolutie van het dorp Deps te weten. Vooral Houtekiets houding is onvoorspelbaar: geeft hij toe aan het katholicisme of niet?

Mooie passage

p. 23
Hij, buitenslaper, gelijk de dieren wakker van het minste gerucht, denk: ze laat mij niet eens rustig slapen, morgen ben ik eg, ze ziet mij nooit meer. Maar door een vreemde vertedering vindt hij ‘s morgens dat de buik weer veel dikker geworden is, hij wil dan toch maar zien wat er zal uitkomen. Hem volgen kan ze niet en hij zou haar ook niet willen inwijden in de geheimen van zijn zwerven en slapen. Daarom besluit hij haar een hut te bouwen. Onze vader Houtekiet sticht Deps en weet het nit, doch, Vader, dank! Wij werden daar geboren uit uw vrij en krachtig bloed, anderen niet goed genoeg, maar ons wel. En wij zijn blij dat we leven. Hij sticht Deps juist op het graf van de boswachter, om dit meteen goed af te dekken. Een dikke laag leem ut het water erop, de hut erover, zoekt nu de boswachter maar. Lien kan har ogen niet geloven, hij tovert. Kapmes, hamer en mes, zij weet niet waar vandaan gehaald, zijn al zijn gerief. Tussen palen van jonge boompjes vlecht hij vlugger dan een mandenmaker takkewerk, dubbele wanden die hij met klei bestrijkt, glad en effen als muurtjes van steen. Zij heeft altijd gedacht dat hij haar zal meenemen naar een af andere rij woonwagens, hij moet toch ergens thuishoren

Waarom?
Het moment waarop hij besluit bij Lien te blijven en een hut te bouwen. Zondr dat hij het beseft, sticht hij hierdoor Deps.
Spannende passage
p. 82
Wanneer men een onderzoek instelt naar de moordenaar van d’Hurlemont. Zal Iphégénie H. verraden of niet?

O, zij verheugden zich niet in de moord. Zij gruwelen en daar was ook afschuw in hun bewondering en vrees voor Houtekiet. Maar de verschijning van de heren was al genoeg om hen dat alles te doen vergeten, want die vertegenwoordigden al wat zij op Deps trotseerden en haatten. Zonder afspraak namen zij dezelfde houding aan: niets weten. Zij hadden d’Hurlemont gezien ’s morgens, maar van tien, elf , twaalf uur af niet meer. Zonder verpinken spotten zij. dat d’Hurlemont met een geweer doodgeschoten was verheugde hen ten zeerste zeiden zij, omdat niemand op Deps een geweer had. Want in het dorp heeft deps het altijd gedaan, maar dit is toch wel het klaarste bewijs van hun onschuld. Van Houtekiet namen de heren niet aan dat hij geen geweer nodig had. Zij vroegen zijn kinderen waar vaders geweer was. Ze haalden de schouders op. Maar vader heeft toch een geweer? Nog haalden zij de schouders op. En hoe vangt vader dan al die hazen en konijntjes? Zij lieten hun vuile handjes zien. Hij vangt ze met zij handen.
‘Gelooft gij dat niet?’ vroeg Houtekiet. Hij ging de hei in, met vaste stap , viel plots en stond recht met een spartelende haas. Zij dachten aan hun avondmaal, maar hij liet hem voor hun voeten uit zijn arm springen.
De rentmeester getuigde dat Houtekiet heel in ’t begin wat last verkocht had aan d’Hurlemont. Alsof het gevaarlijk was zelfs tegenover het gerecht en met gesloten deuren een vermoeden tegen Houtekiet te keren, vroeg hij de d’Hurlemonts daaromtrent nader uit te vragen, zij moesten er meer van weten. Zij wisten er wel iets van, maar dat was lang geleden. I. meende zelfs dat dit al lange vergeten was, vermits Houtekiets sindsdien al dikwijls een haas gebracht had en papa dan nooit iets had gezegd. Houtekiet werd wederom geroepen. Hij had inderdaad destijds woorden gehad met meneer d’Hurlemont, maar dit was lang vergeten, vermits hij sindsdien al dikwijls een haas had gebracht en er dan nooit iets gezegd of voorgevallen was. Hoe graag men hem ook hadde ingerekend, het was bewezen dat hij geen geweer had en dat hij de ganse voormiddag op zijn erf was gebleven.

De korte inhoud + de bespreking van het hoofdpersonage Houtekiet.

Houtekiet is samen met Lien en Nard Baert één van de drie pioniers die Deps stichtten.
Het personage maakt een evolutie door wat betreft gevoelens. In het begin kon je hem als het ware vergelijken met een dier. Door de bewoners van het nabije dorp werd hij immers gevreesd. Hij heeft geen behoefte aan een blijvende vrouw, hij heeft geen vast woonplaats en hij leeft van de jacht. Ook van moorden schrikt hij niet terug. Wanneer ij Lien leert kennen komt daar verandering in. Omdat hij nieuwsgierig naar het kind dat ze verwacht van hem bouwt hij zelfs een hut. Daardoor sticht hij ontwetend Deps.
Langzamerhand komen er meer mensen wonen op Deps. H. wordt beschouwd als hun leider, alhoewel hij geen titel of iets dergelijks heeft. Hij verdraagt geen regels; pacht wordt niet betaald en iedereen doet er zijn eigen zin.
Zo doet H. ook zijn eigen zin en kan hij zich niet dus niet binden aan één vrouw. Wanneer hij zijn drigten niet meer kan bedwingen doet het er hem niet toe welke vrouw hij neemt. (p. 48 Of wij het goedvinden of niet, een der voornaamste karaktertrekken van Jan Houtekiet wa als hij bijzonder welgezind was, had hij schik in een vrouw en ging van huis.)
Zo leven er op Deps enorm veel kinderen van Houtekiet. Lien alleen al heeft er zestien. Naarmate er meer volk op Dops komt, begint men toch te vragen naar Christelijke leefregels. Vooral de vrouwen proberen H. aan te zettendoor middel van geveinsde ziektes om bv. een gewijd kerkhof te hebben. Houtekiet staat dit toe. Maar al vlug heeft H. nog meer toe en bouwt hij ook een kerk. Zelf zweert hij dat hij nooit naar de kerk zal gaan.
Wanneer hij ondervindt dat Deps een dorp wordt zoals alle andere doren wil hij er weg. Houtekiet begint een zwerftocht van tweeënhalf jaar. Gedurende zijn zwerftocht trekt hij rond met nomaden, bezoekt hij bekenden van vroeger,…
De drang om te weten hoe het eraan toegaat op Deps doet hem terugkeren. Bij zijn terugkomst bezoekt hij I. bij wie hij vier kinderen heeft. Bij het zien van I. beseft hij dat hij toch iets meer voor haar voelt dan voor de andere vrouwen. Wanneer zij hem haar liefde verklaart en zegt dat ze weldra gaat sterven, doet hij alles voor haar. Hij blijft bij haar tot ze sterft.

De personages

Houtekiet

Hij is een sterk mannelijk figuur die fungeert als hoofdpersonage. Hij leeft als het ware ook voort na zijn dood, in een tekst wel te verstaan.
Hij (be)leeft de tijd ook anders dan de anderen, met andere woorden, hij leeft onhistorisch, hij heeft geeb nesef van velrden entoekomst.
Er is ook een kloof tussen H. en de inwoners van Deps. Zo verstaat hij niet waarom iemand op een gewijd kerkhof moet begrave liggen. Volgens Houtekiet is dood, dood.

Lien

Zij is de melkster op de naburige boerderij van Busschops. Wanneer ze Houtekiet voor de eerste keer tegenkomt voelt ze zich sterk aangetrokken tot hem en laat ze zich verleiden. Ze wordt zwanger van hem en H. besluit o een hut te bouwen.
Wat wel opvalt in Houtekiet is het gebrek aan waarden. Zo wil Lien geliefd worden voor haar innerlijke waarden en niet alleen om de liefde te bedrijven. Ze wil met respect behandeld worden. Ook hecht ze belang aan kerkelijke waarden zoals het huwelijk want op het einde van het verhaal wil ze dat H. met haar trouwt.

De familie d’Hurlemont.
D’Hurlemont is afkomstig van vervallen Franse adel, komt met zijn vrouwe en drie dochters op Deps wonen en begint er een postwagendienst. De oudst dochter de mooie en intelligent I. , zal later een belangrijke invloed op H. uitoefenen. Tussen haar vader en H. komt het al snel tot een botsing. Eerst betwisten ze elkaar een deel van het jachtterrein en later zal de spanning escaleren als d’Hurlemont verneemt dat zijn dochter een kin van Houtekiet draagt. I. ‘s vader wil hem neerschieten, maar net zoals de boswachter bekoopt hij zijn aanvalspoging met de dood.

Nard Baert

Er doen zich belangrijke verandringen voor met de aankomst van Nard Baert. Hij is een Kempische boerenzoon die de handelsgeest en het winstprincipe in de gemeesnchap introducert. Hij start een pluimveehandel met de buitnwereld en brengt de economisch ontwikkeling op gang. Hij beschouwt zich als medeleider van Deps omdt hij ervoor zorgt dat er geld is maar hij zal nooit H. iets voor de voetenleggen. Toch zijn er bepaalde beslissingen die hij liever alleen neemt zeker als het met geld te maken heeft.

Iphégénie.

De lieveling van Houtekiet. Op het einde van het boek heeft Houtekiet zelfs alles over voor haar en blijft hij bij haar tot ze sterft. Zij is de enige vrouw dat hij echt graag gezien heeft.

Theresia Teclyn

Zij krijgt gewetensproblemen over de manier waarop de Depsers leven en met haar profetieën over bestraffing en verdoemenis begint ze her en der gehoor te vinden. Het is door haar doorzettingsvermogen dat er een kerkhof en een kerk komt. Aanvankelijk is H. tegen een kerk maar door handig in te spelen op zijn fierheid besluit hij toch een kerk te bouwen om te tonen dat hij alles aankan.
Theresia is een vrouw die veel belang hecht aan kerkelijke waarden en ze zal dan ook alles doen om die waarden in haar leven te behouden.

Liza

Liza is het hele verhaal door jaloers op Lien omdat H. bij Lien gaat inwonen en niet bij haar. Ze probeert ook voortdurend om zich te wreken op H. maar daar mislukt ze telkens in.

Plaats
Deps, op ….km van Brusse. Ergens in een moerassig gebied in Vlaanderen.

Tijd
Het verhaal ontstaat wanneer de ‘wij’ beginnen te bestaan.

Vertelperspectief
Het is een auctoriële verteller.
De verteller maakt van de gebeurtenissen een geschiedenis, door ze te ordenen en te selecteren. Hij ontkent zoveel mogelijk zijn eigen rol in de geschiedschrijving en presenteert zich als een medium.L
Hij begint zijn verhaal waar zijn informatie begint en wil daardoor duidelijk maken dat hij geen verzinsels zal opschrijven.
p.5
Dit is de geschiedenis van ons.
Wij verhalen in korte woorden het ontstaan van ons dorp, Deps. Uit de wildernis, met letterlijk niets, is het in weinige jaren opgebouwd door twee eigenaardige, zeldzame, harde mensen, voor ons legendarisch geworden Jan Houtekiet en Nard Baert. Zij waren niet beminnelijk. Hun zonen en dochter zijn het ook niet. Tussen de andere dorpen met oude geschiedenis leeft het jonger Deps, in schijn aan de omgeving thans gelijk, in werkelijkheid harder, trotser, woester. Naar de aard van de stichters. Wij vernoemen in dit verhaal ons kwaad zoal ons goed. Velen zal dit niet aanstaan. Hun raden wij aan zich een vriendelijker boek te zoeken. Maar schimpen de bleken dat wij niets anders kunnen dan boswachters doodslaan, wacht, wij zullen hierna de geschiedenis vertellen van onze geleerde artiest en wij hadden een specie van heilige. Leve Deps!

p. 7
Het leven van H. onze stamvader begint met zijn ontmoeting van Lien, want van al wat daaraan voorafging weten wij niets. Wij kunnen slechts raden naar zijn ouders en herkomst. Zelden heeft men er naar durven vragen, nooit heeft hij er iets over gezegd.

2. vergelijkend lezen

associaties

met het begrip anarchie

Identificatie

Enorm moeilijk tot eigenlijk onmogelijk want de samenleving op Deps is alles behalve te vergelijken met de maatschappij van vandaag.

Samenhang met andere teksten

Het verhaal over het ontstaan van Deps wordt eigenlijk vertelt als een parabel voor het bijbelverhaal.
Hij bijbels discours en dat van H. vertonen opvallend veel gemeenschappelijke kenmerken. Grof geschetst zijn er twee scheppingsverhalen, oorsprongsmythen.
In H. fungeert één sterke mannelijke figuur als hoofdpersonage, die ook voortleeft na zijn dood, in een tekst.
Het verhaal van H. en Deps wil het bijbelse verhaal overschrijden. Het bijbelse verhaal wordt expliciet voorgesteld als dat van “de anderen”, het “oude” verhaal.
Het nieuwe verhaal is mannelijker, gezonder. Ook wanneer er ziekt heerst, duikt het Bijbelse spreken regelmatig op.
Bv. in hoofdstuk 18, wanner vele vrouwen ziek worden.
Bv. hoofdstuk 17 “ In die dagen..” verwijst naar de bijbel.

3.Interpreterend lezen

Taalgebruik

Het Thema

De motieven

Diepere betekenis

4.waarderend lezen

criteria

de vertelde tijd

de verteltijd

de kaft van het boek

eindoordeel

De manier waarop de tekst is ontvangen door de media.


Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen