U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Gerard Reve - De Vierde Man.
Deze versie komt van http://www.collegenet.nl/studiemateriaal/verslagen.php?verslag_id=6437 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1413 woorden.

Gerard Reve, De vierde man

Beoordeeld door Ornée & Vermeer.



Samenvatting van de inhoud:



De vierde Man (1981)



Gerard Reve (1923)



Het onderwerp:



In eerste instantie lijkt het te gaan om de heteroseksuele relatie tussen de ikfiguur en Christine. Al snel daarna probeert de ikfiguur via deze Christine in contact te komen met Herman.

Homofilie wordt dan het onderwerp van het boek.



De gebeurtenissen:



Zowel de gebeurtenissen als de gedachten en gevoelens van de personages zijn belangrijk in dit boek. Het verhaal bevat veel gebeurtenissen die op een boeiende manier met elkaar verbonden zijn. De gebeurtenissen worden op een spannende manier verteld. De belangrijkste gebeurtenissen spelen zich af in het huis van Christine.



De sfeer waarin de gebeurtenissen zich afspelen is spannend. Het boek blijft boeien van het begin tot het eind.



De bouw:



Het boek is niet erg ingewikkeld opgebouwd.

Het is een raamvertelling. De schrijver vertelt aan zijn Indische vriend Ronald hetgeen hem in de jaren zestig (geruime tijd geleden) is overkomen.



De personages:



Zoals in het meeste werk van Reve is hij zelf het hoofdpersonage.

De andere personages zijn niet meer dan schimmen die een ondergeschikte functie hebben in het verhaal. De ikfiguur Gerard, is auteur en homofiel die zich aanvankelijk aangetrokken voelt tot Christine, maar al gauw komt zijn voorkeur voor mannelijke liefdespartners naar boven.

Hij heeft veel en veelal wrede fantasieën, door hemzelf "Revisties" denken genoemd. Daarbij is hij alcoholist.

Christine is een aantrekkelijke, jonge weduwe. Ze is kapster van beroep. In het tweede deel van het verhaal speelt ze nauwelijks een rol. Haar karakter komt niet uit de verf.

Dat van de andere personages nog minder.

Laurens is een lieve blonde knul met wie Gerard een kortstondig avontuurtje heeft.



Herman, van wie je weet dat hij drinkt en een waardeloze minnaar is, is weinig meer dan een foto.

Ronald aan wie het verhaal verteld wordt is mogelijk nog schimmiger. Zijn rol is die van toehoorder die moet beoordelen of het verhaal goed genoeg is om door de auteur opgeschreven te worden.



Het taalgebruik:



Het taalgebruik van het boek is nogal plechtig. De schrijver gebruikt veelvuldige (ironische) aanhalingstekens (bijv. "eigentijds" ingericht). Het boek bevat veel dialoog.

Er wordt in het boek veel aandacht besteed aan de gedachten en gevoelens (en fantasieën!) van de hoofdpersoon. De spelling van de schrijver is nogal eigenzinnig: de dialogen zijn soms van een bouquetreeksachtig allooi: "Hij slaat je toch niet ?", vroeg ik op verontruste toon. Ik sloeg mijn armen om haar heen. (...) Christine bemerkte mijn opwinding. "Ik ... vind het zo lief dat je zo bezorgd voor me bent", stamelde ze.

Ook de humor ontbreekt niet: nadat de ikfiguur enige overhemden van Christine cadeau gekregen heeft : "Het staat je mooi", zeide Christine met overtuiging. "Het past helemaal bij je type". "Was ik een type? Het moest haast wel, anders kreeg ik geen gedragen overhemden cadeau..."

Verder bevat het boek veel beschrijvingen.



Uiterlijke beschrijving:



 Het boek heeft 146 pagina’s.

 Het heeft 11 genummerde hoofdstukken.

 De hoofdstukken hebben geen titels.



Samenvatting:



Gerard vertelt aan zijn vriend Ronald dat hij jaren geleden een verhouding had.

In de hoofdstukken 2 t/m 10 volgt het verhaal van die verhouding en de verwikkelingen er om heen.

De ikfiguur is uitgenodigd om in de Zuid-Nederlandse havenplaats V. een lezing te houden voor de plaatselijke notabelen. Hij gaat er heen met de trein en valt door het regelmatig ritme van de wielen in slaap. Hij droomt akelig van een lange gang waarin een kloppend geluid naderbij komt "zoals in een film de nadering van gevaar" wordt aangekondigd. De lezing verloopt goed, de schrijver meent zelfs, dat hij zeer geestig is geweest die avond. Na afloop heeft hij weinig zin om in een plaatselijk hotel te overnachten. Dat komt goed uit, want Christine, de penningmeester van de vereniging die hem voor de lezing had gevraagd, nodigt hem uit bij haar te logeren.



De ikpersoon raakt opgewonden van haar, hoewel hij normaal op mannen valt.

Christine woont in een groot huis naast haar kapperszaak. Het idee dat zij wellicht rijk is, windt de ikfiguur nog meer op. Ze gaan met elkaar naar bed en zijn beiden zeer voldaan.

‘s Nachts heeft de ikfiguur een nachtmerrie over een magere, zwarte man (de Dood) met een sleutel, die zingt "Tierelier ... wie is nummer vier ?"

De volgende dag ziet hij een foto van een knappe jongen op het bureau van Christine. Direct wordt hij verliefd. De jongen is Herman. Hij wil Christine gebruiken om deze Herman te veroveren. Als Christine hem vraagt of hij het volgende weekend op haar huis wil passen, stemt hij dan ook meteen toe. Christine twijfelt over Herman, omdat hij veel drinkt en een opvliegend karakter heeft. Als Christine het desbetreffende weekend vertrokken is, probeert de ikfiguur (Gerard) te schrijven, maar het grote lege huis benauwd hem. Hij gaat een wandeling maken in de hoop de jongen te ontmoeten die hij de vorige dag in de Kamperfoeliestraat heeft gezien. Deze jongen komt hij niet tegen, maar voor de plaatselijke bioscoop pikt hij Laurens op, die hij meeneemt naar het huis van Christine, waar ze in een klein logeerkamertje vrijen. Als Laurens weg is vindt Gerard achter een stapel kappersvakbladen een rechthoekig kistje. Met de sleutel zoals hij die in zijn droom in de handen van de Dood had gezien, maakt hij het kistje open. Hij vindt papieren, brieven en foto’s van drie overleden minnaars van Christine.

Alle drie vertonen grote gelijkenis met Gerard en alle drie waren ineens dood. Gerard vlucht in paniek naar zijn eigen huis in A, zich realiserend dat zijn dromen hem al gewaarschuwd hebben. Christine belt hem later op en vertelt, dat ze Herman heeft meegenomen.



Ook vertelt ze dat hij een zwaar auto-ongeluk heeft gehad in V. en dat hij zwaar verminkt is en nog maar één oog heeft. Hij is tegen een schip aangereden met de auto van Christine.

Weer later verneemt de ikfiguur dat Christine met een Canadees getrouwd is, van wie ze ook alweer weduwe is. Dan is het verhaal uit en in hoofdstuk 11 (het laatste) vraagt hij aan Ronald wat hij er van vindt. Alleen het versje dat de Dood zong is hem ontschoten! Het oordeel van Ronald kom je overigens niet te weten.



Titelverklaring:



De titel verwijst min of meer naar "The third man" van Graham Greene.

Dit is een beroemde detectiveroman die verfilmd is.

De vierde man slaat op de eventuele vierde minnaar van Christine die tevens haar slachtoffer zal worden.



Genre:



Het genre van dit boek is een romantische detectiveroman.

Het boek is overigens geen echte detective, door een hoeveelheid spanningsverhogende elementen wordt alles zo overdreven dat het genre eigenlijk geparodieerd wordt.

(Een parodie op een geheel genre noem je een pastiche).



Thema en motief:



De thema’s van het boek zijn homofilie en angst voor de dood.

Een motief dat in veel boeken van Reve voorkomt, ook weer in 'De vierde man' is dat van het "verhoor".



Tijd:



Het is een raamvertelling.

Het vertelde verhaal speelt zich in acht dagen af: van vrijdagavond tot zaterdagmiddag een week later. Er zit echter tijdsverdichting in, want alleen de vrijdagavonden en de zaterdagen worden uitvoerig beschreven. Een en ander veronderstelt nog een tijdsdimensie, namelijk die, waarin de schrijver het boek schreef.



Reve gebruikt vrijwel uitsluitend de verleden tijd. Soms doet hij voor het effect of hij de afloop van het verhaal niet kent, hoewel dat bij een raamvertelling natuurlijk niet kan.

Perspectief en vertelsituatie:

Het boek is in de ikvorm geschreven.

De ikfiguur en de schrijver Gerard Reve blijken dezelfde te zijn.



Ruimte:



In het huis van Christine spelen zich de voornaamste gebeurtenissen af. Dat huis beschrijft Reve uitvoerig. Het is een huis dat aan het einde van de vorige eeuw is gebouwd. Men zou dit huis kunnen zien als een Nederlandse variant van het Engelse landhuis, waar menig misdaadverhaal zich afspeelt. Het kleine kamertje, dat Reve zo doet denken aan een doodskist, accentueert het doodsangstthema. De stad waar dit verhaal zich afspeelt, is de Zuid-Nederlandse havenstad V.

Achtergronden:



Schrijver:



Gerard Kornelis van het Reve, zoals hij tot 1973 heette, werd geboren in Amsterdam.

Hij bezocht enige jaren het gymnasium en kwam daarna in de journalistiek. Hij komt uit een communistisch milieu, in 1966 trad hij toe tot de rooms-katholieke kerk.

Reve schreef romans, verhalen, novellen, een toneelstuk, gedichten, boeken met reisbrieven en liefdesromans. Zijn werk is realistisch en vaak sterk autobiografisch. Veel voorkomende thema’s zijn : eenzaamheid, agressie, droefheid, ergernis, innerlijke en uiterlijke onttakeling van de mens, homofile relaties en angst voor de dood. Grote bekendheid kreeg hij door zijn roman "De avonden" (1947).

Andere boeken van hem zijn:



 "De ondergang van de familie Boslowits"(1946)

 "Vier wintervertellingen"(1963)

 "Nader tot u"(1966)

 "Wolf"(1983)

 "Brieven aan geschoolde arbeiders"(1985)

In 1987 verscheen zijn bundel "Verzamelde gedichten", waaruit blijkt dat Reve ook een dichter is.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen