U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Gerard Reve - De Avonden.
Deze versie komt van http://www.collegenet.nl/studiemateriaal/verslagen.php?verslag_id=7793 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2351 woorden.

Boekbeschrijving:

Auteur: (Gerard Kornelis van het Reve)

Titel: De Avonden

Druk: 37e druk

Uitgever: De Bezige Bij, Amsterdam

Eerste Druk: 1947

Aantal pag.: 224

Indeling: Verdeeld in 10 hoofdstukken, genummerd met Romeinse cijfers. Elk hoofdstuk beschrijft één dag.

Ondertitel: Winterverhaal



Samenvatting:

Frits van Egters, een 23-jarige kantoorbediende, woont nog bij zijn ouders thuis. Het is zondag, een verloren dag volgens Frits. Als hij wakker wordt, weet hij al niet wat hij moet doen. Die middag komt zijn oudere broer Joop op bezoek. Hij is getrouwd met Ina. Hij komt zeggen dat hij en Ina die avond niet komen eten, omdat Ina ziek is. 's Avonds na het eten gaat Frits naar Jaap Elderer. Hij blijkt niet thuis te zijn. Frits besluit door te lopen naar Louis. Die woont in een huis met een schildersatelier erbij. Ze praten wat, terwijl Louis doorwerkt. Als Louis naar bed gaat, gaat Frits naar huis. Thuis kruipt hij ook maar in bed. -Die nacht droomt hij dat hij op blote voeten door een bos loopt. Hij loopt een ruimte binnen waar vreemde mensen zitten en schrikt wakker.

De volgende dag gaan Frits' vader en moeder 's avonds naar Haarlem. Frits gaat met Joop en Ina naar een reünie van het Berendsgymnasium, dat 20 jaar bestaat. Hij heeft er geen zin in, al zijn oude klasgenoten te ontmoeten. Hij praat wat met anderen over vanalles wat ze meegemaakt hebben en kijkt naar een voorstelling die opgevoerd wordt. Hij loopt snel naar huis. Thuisgekomen vraagt hij zich af waarom hij al de schoolspullen nog in een kast heeft staan. Hij wil ze weggooien, maar bedenkt zich. -Die nacht droomt hij dat een zwaan naar hem toekomt. De zwaan groeit net zo groot als hij is. Op het moment dat de zwaan hem bijna raakt, wordt hij wakker en kan zich niets meer herinneren.

Tijdens zijn middagpauze gaat Frits de stad in en bezoekt enkele winkels. Uiteindelijk koopt hij een zilverkleurig bekertje en bordje voor het zoontje van zijn vriend Jaap. Hij koopt er drie chocoladerepen bij, waarvan hij er een aan een collega geeft. 's Avonds gaat hij naar Jaap en zijn vrouw Joosje toe. Jaap is er op dat moment niet. Joosjes tante en haar moeder zijn op visite. Frits begint zich te vervelen. Als Jaap thuiskomt, begint Frits eerst te zeuren over haaruitval. Later beginnen ze lol te maken over invaliden en een man en zijn vrouw, die halfdronken binnen zijn gekomen. Als Frits slaapt, wordt hij plotseling wakker van een gil. Zijn moeder heeft een zenuwaanval. -Als hij weer slaapt, droomt hij dat hij door een tuinman geroepen wordt. Hij wordt bang en wil wegrennen, maar blijft met zijn voet ergens aan hangen. Hij wordt achtervolgd door een gevaar, dat hem volgt, totdat hij wakker wordt.

Eerste kerstdag: Frits' ouders gaan bij iemand op visite dus Frits is alleen thuis. Hij krijg bezoek van Lande. Ze praten en Lande verdenkt Maurits Duivenis ervan, tweehonderd gulden van hem te hebben gestolen. Als Lande weg is, watert Frits van verveling in de kachel en verbrandt een pissebed. 's Avonds gaat hij met Louis Spanjaard naar de bioscoop. Na de film blijft Louis bij Frits thuis eten. Na het eten gaat Louis naar huis en gaat Frits bij Walter en zijn familie op bezoek. Walters bovenbuurvrouw ligt op sterven en Walter wil haar appartement kopen, omdat het groter is.

Kort nadat Frits thuiskomt gaat hij naar bed en droomt dat hij in een warenhuis is en zeer ernstig naar het toilet moet. Hij kan er echter geen vinden of wordt niet toegelaten, dus doet hij zijn behoefte in een aantal vazen. Het wordt echter ontdekt en hij moet vluchten voor het personeel.

Tweede kerstdag. Frits' ouders gaan weg. Frits luistert naar de radio. Hij is gelukkig, zegt hij zelf. Hij gaat de stad in. Daar ontmoet hij Maurits Duivenis. Ze gaan samen naar een café. Maurits bekent dat hij tweehonderd gulden heeft gestolen van Lande. Ook vertelt hij, dat hij een jas van iemand heeft meegenomen. Later op de dag gaat Frits bij Viktor op bezoek. Ze praten over mensen die een geestelijke afwijking hebben. -Als Frits de volgende ochtend naar het toilet gaat en weer terug in bed stapt, droomt hij dat hij weer bij Herman en Lydia in de woonkamer zit. Hij ziet er een jongen die telkens uit het raam spring en zich op het laatste moment ophijst aan het kozijn.

Vrijdagmiddag: Frits heeft geen zin meer om te werken en pakt al vijf minuten voor vijf zijn tas in. Na het werk fietst hij langs de bioscoop en koopt twee kaarten voor de film van die avond. Hij gaat naar Viktor en vraagt of hij mee wil naar de bioscoop. Viktor heeft echter geen tijd. Die avond gaat hij alleen naar de bioscoop. Daar komt hij Maurits tegen. Hij wil Frits' tweede kaartje kopen en samen gaan ze naar de film. Na de film gaan ze naar Maurits huis en praten nog wat na -Als Frits 's avonds in bed ligt, droomt hij dat zijn bed begint te bewegen. Plotseling zit hij in een auto. Hij komt bij een zwaar busongeval terecht, waar alleen gewonden zijn, zelf de mensen die onder de bus liggen zijn alleen maar gewond.

Frits komt Zaterdagmiddag thuis en vindt een briefje van zijn moeder. Vader is weg en zijn moeder is naar Annetje. Frits snuffelt wat in laden. Hij weet dat hij 's avonds laat thuis zal komen, dus gaat hij op bed liggen rusten. Als hij net klaar is met eten, komt zijn vader thuis. Als zijn vader gegeten heeft, gaat Frits naar Jaap en Joosje, om samen met hen en Viktor naar een dancing te gaan. Er wordt over allerlei zaken gepraat. Frits en Jaap drinken teveel. Frits wordt stomdronken. Zijn ouders schrikken als hij zo thuiskomt. Hij braakte vier maal en valt daarna achterover in bed.

Zondagmorgen wordt Frits met een kater waker. Hij gaat op advies van zijn moeder een stuk lopen en gaat bij Adelaar op bezoek. Adelaar is de vader van Ina. Zijn moeder zei dat Ina en Joop daar zouden zijn, maar ze had geen gelijk. Als Frits thuis is, komen Joop en Ina op bezoek. Ze komen direct van de bioscoop. Frits begint direct over Joops haar te zeuren. 's Avonds gaat Frits bij Bep Spanjaard op visite. Hij is er lang niet meer geweest. Frits vertelt haar gruwelverhalen om haar bang te maken. Frits krijgt van haar een speelgoedkonijntje, dat hij toevallig op een kast zag staan. Het wordt zijn troeteldiertje. -'s Nachts droomt hij dat hij in een kano zit. Er zit een lek in de kano.

Als Frits na het werk zijn fiets wil pakken, blijkt de voorband lek te zijn, dus moet hij naar huis lopen. Na het avondeten gaat hij naar Bep Spanjaard, om daarna naar de nachtfilm, ‘De Groene Weiden’, te gaan. Hij belt aan bij Bep Spanjaard. Jaap Elderer doet open. Naast hem staat een voor Frits onbekende man. De man heet Eduard Hoogkamp. Joosje en Bep zijn ook aanwezig. Ze praten eerst over ziekten en begrafenissen en alles wat erbij hoort. Daarna gaan ze samen naar de bioscoop. Tijdens de film krijgt Frits tranen in zijn ogen. De film maakt diepe indruk op hem, hij voelt zich goed. Na de film wil hij dan ook niemand spreken en gaat direct, alleen, naar huis. Thuis gaat hij direct naar zijn slaapkamer en pakt het konijntje en een marmeren konijntje uit een kast. Hij vraagt zich af waarom hij nooit gestraft is. -Hij droomt dat twee mannen een pakket bezorgen. Een man zegt dat het pakket het huis niet uit mag. Frits denkt dat het een dode is en wil het op de grond leggen, maar hij kan zijn rug niet buigen. Hij wordt wakker. Om niet weer in de droom te belanden, doet hij alles om wakker te blijven.

Oudejaarsdag. Om twee uur verlaat Frits het kantoor. Op weg naar huis komt hij Maurits tegen. Maurits vertelt Frits alles over de diefstallen die hij de laatste tijd gepleegd heeft, hoe en waar hij die gepleegd heeft. Frits viert oudejaarsavond thuis met zijn ouders. Hij gaat op bed liggen en valt in slaap. Hij droomt dat hij met iemand met een vossenkop een fabrieksruimte inloopt. Hoe verder ze binnen zijn, hoe verder het plafond naar beneden komt en hoe verder de muren bijelkaar komen. Hij wordt wakker als zijn moeder eten aan het koken is. Hij moet van zijn moeder kolen gaan halen op zolder. Hij is erg bang dat er iemand op de zolder is, maar toch gaat hij kolen halen. Hij maakt ruzie met zijn moeder over hoe zij de kachel aanmaakt. Na het eten gaat hij nog even naar Louis Spanjaards. Als hij weer thuiskomt heeft hij opmerkingen over de manier waarop zijn moeder appelbollen bakt. Zijn moeder zegt dat ze een fles wijn gekocht heeft. Frits kijkt en het blijkt geen wijn te zijn. Ze heeft een fles bessen-appelsap gekocht. Frits krijgt hiervan tranen in zijn ogen. Hij gaat naar zijn kamer en zoekt vriendschap bij zijn stoffen konijn. Om twaalf uur schudden ze elkaar de hand. Hierna gaat Frits naar buiten. Hij wil bij zijn vrienden op bezoek, maar niemand is thuis. Op weg terug naar huis bidt hij tot God: "Eeuwige, enige, almachtige, onze God, Vestig Uw blik op mijn ouders. Zie hen in hun nood. ....." Hij noemt allerlei 'gebreken' van zijn ouders op. Als hij thuiskomt, poetst hij direct zijn tanden en is toch blij dat hij leeft. Daarna gaat hij naar bed en valt in een diepe slaap.

Amsterdam, Zondag 18 mei 1947



Titelverklaring:

De avonden zijn de avonden van de jongeren in de jaren na de oorlog. Hoe de jongeren hun vrije tijd doorbachten (er was nog maar weinig vertier).

Thematiek:

De hoofdpersoon, de 25-jarige Frits van Egters, voelt een spanning tussen hem en zijn ouders en hij heeft veel aan te merken op zijn ouders. Hij windt zich op over veel dingen die zijn vader of moeder doen. Hij is daarom ook veel bij zijn vrienden, met wie hij vaak in het café zit. Hij hecht veel waarde aan kleine dingen, zoals een speelgoedkonijntje dat hij kreeg. Bij het konijntje zoekt hij troost. Ook heeft hij, tot vervelens van anderen toe, belangstelling voor lichamelijk verval zoals haaruitval. Alle hoofdstukken, met uitzondering van 7 en 10 eindigen met een droom.

Ruimte:

Het verhaal speelt zich af in één dorp of stad, waar Frits van Egters, zijn familie en zijn vrienden wonen. Het speelt zich verder af bij Frits thuis, bij vrienden van Frits en in cafés.

Personages:

Round Characters: (Er is slechts één figuur van wie we meerdere dingen weten)

Frits van Egters, de hoofdpersoon van het boek. Hij is 25 jaar en werkt in een kantoor nadat hij zijn gymnasium-opleiding niet heeft afgemaakt. Hij woont nog bij zijn ouders thuis. Met zijn ouders praat hij niet veel, hij vindt ze ongemanierd en soms onderontwikkeld. Zijn vader hoort niet meer goed. Met zijn moeder praat hij nog het meest, maar ook op haar heeft hij veel aan te merken. Als hij niet aan het werk is, is hij vaak bij vrienden of in het café. Hij heeft veel belangstelling voor het lichamelijk verval, vooral voor haaruitval, waar hij gesprekken over voert en bijna iedereen op aanspreekt. Frits is nogal bang, hoewel hij graag gruwelijke of grove verhalen vertelt. Ook praat hij met Maurits over hoe Maurits iemand zou willen vermoorden.

Flat Characters:

de Vader van Frits. Hij is een zwijgzame man die niet meer goed hoort. Hij houdt helemaal niet van radio. Telkens als iemand de radio aanzet, zet hij hem weer uit of zet hem zachter. Frits heeft zeer weinig contact met hem. Hij ergert zich wel aan zijn gedrag, zoals slurpen tijdens het soep eten of iets pakken met een gebruikte lepel.

de Moeder van Frits. Met haar heeft hij meer contact, zij het niet veel. Als Frits' vader weg is, gaat ze soms alleen naar Haarlem of bij iemand op visite. Ook aan haar ergert Frits zich regelmatig, bijvoorbeeld als zijn moeder in plaats van wijn, vruchtensap heeft gekocht of als zij volgens Frits de kachel verkeerd aanmaakt.

de Broer van Frits, Joop van Egters, en zijn vrouw Ina. Zij hebben een kind. Frits gaat soms bij hen op visite. Joop toont nauwelijks interesse in Frits.

Frits' vrienden: Jaap, getrouwd met Joosje. Ze hebben een kind. Ook Jaap toont nauwelijks belangstelling voor Frits. Frits gaat wel op bezoek bij de verjaardag van hun zoon.

Maurits Duivenis. Hij is een dief. Zo heeft hij een jas en tweehonderd gulden gestolen. Hij praat met Frits over hoe hij iemand zou willen vermoorden. Ook zegt hij tegen Frits welke misdaden hij heeft gepleegd.

Louis Spanjaards. Frits kijkt tegen hem aan als iemand die alles durft. Frits droomt ervan Louis te zijn. Louis is het tegenovergestelde van Frits. Hij gedraagt zich onverschillig en roekeloos. Zo liep hij eens over de rand van een balkon.

Viktor. Viktor is de tegenpool van Maurits. Met hem heeft Frits misschien wel het beste contact. Victor begrijpt Frits' situatie het meest van al zijn vrienden. Hij geeft hem ook het boekje "De kleine zenuwlijder". Volgens hem heeft Frits er wat aan. Ook laat hij Frits merken dat hij soms doordraaft. Hij gedraagt zich als een hulpbron voor Frits.

Bep Spanjaards, de zus van Louis. Zij krijgt de meeste aandacht van Frits. Van haar krijgt Frits een stoffen speelgoedkonijntje, dat door Frits als troeteldier wordt gebruikt.

Perspectief:

Het verhaal is geschreven met een auctoriaal perspectief. Het wordt verteld door een alwetende, niet aan het verhaal deelnemende verteller.

Tijd:

Het boek neemt tien dagen in beslag. Elk hoofdstuk behandelt één dag. De dagen zijn de tien dagen voor oudejaarsdag. Het tiende hoofdstuk is oudejaarsdag. Alle hoofdstukken, behalve hoofdstukken 7 en 10, eindigen op een droom.

Beoordeling:

Een mooi boek, maar soms een beetje saai, omdat op elke dag vrijwel hetzelfde gebeurt: Frits gaat op visite bij vrienden of gaat met vrienden naar een café. Het zou een waar gebeurd verhaal kunnen zijn.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen