U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Frederik Van Eeden - De Kleine Johannes.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/1217 en is laatst upgedate op 21/08/1998.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1263 woorden.

Titel

De kleine Johannes.



Auteur

Frederick van Eeden



Eerste Druk

Amsterdam, 1905



Titel verklaring

Dit boek heet: De kleine Johannes en is geschreven door Frederik van Eeden. De letterlijke verklaring van de titel is Johannes zelf, hij moet nog groeien in ziel en lengte. Het jaartal van eerste uitgave is 1905.



Opbouw

Het boek is opgebouwd in Romeins genummerde hoofdstukken zonder verdere titel. Er zijn 4 delen van De kleine Johannes, ik heb het eerste deel gelezen.



Samenvatting

De kleine Johannes heeft een grote liefde voor alles leeft, daarnaast bezit hij een rijke fantasie. In de tuin bevindt zich een grote vijver, waar Johannes zich op warme zomeravonden vaak bevindt. Johannes' grootste wens is te vliegen naar de grot die door de wolken wordt gevormd. Dan geschiedt het wonder! Johannes drijft in een kleine boot -het was hem streng verboden- midden op de vijver. Uit een grote blauwe waterjuffer verschijnt Win- dekind. "De zon is mijn vader", vertelt Windekind. Johan- nes wordt door Windekind meegenomen op een wonderlijke reis, nadat de laatste Johannes op het voorhoofd heeft gekust, waardoor alles voor hem verandert. Allereerst bezoeken zij de krekelschool, waar Johannes verneemt dat de mens "Een groot, nutteloos en schadelijk dier is dat zeer laag staat, daar het niet vliegen of springen kan". Daarna bezoeken zij het weldadigheidsfeest in het konij- nehol. Op het feest ontmoet Johannes de koning der Elfen, Oberon, die zeer minzaam en vriendelijk is. De koning overhandigd Johannes een gouden sleuteltje. Evenals bij de krekels gedraagt hij zich een moment onbehoorlijk.

De volgende avond kan Johannes niet naar de vijver. op school heeft hij die dag straf gekregen, omdat hij de meester heeft verbeterd met "Van den zon". De zon was mannelijk, volgens Windekind. Pas op vrijdagavond ontmoet hij Windekind weer.

Drie weken later gaat Johannes met Windekind naar de mieren. Daarna bezoeken zij een Jehova's picknick. Johan- nes wil niet meer bij de mensen wonen.

Samen praten zij over God en het Grote Licht, waarna Windekind Johannes op de juiste wijze bidden leert. Op een avond praat Windekind over de Kabouters. Johannes' nieuwsgierigheid is opgewekt; hij wil de kabouters leren kennen. Zo komt hij in aanraking met Wistik, de oudste en wijste der kabouters.

Johannes wil De Waarheid leren kennen, maar die staat noch in het elfenboekje, noch in het kabouterboekje. Is Het Rechte ooit te vinden? Wistik geeft Johannes de moge- lijke oplossing om het geluk te vinden na alle Waarom- vragen:
    Mensen hebben het gouden kistje, (Geluk bestaat) elfen hebben de gouden sleutel, (Fantasie is nodig) elfenvijand vindt het niet, (Johannes bezit het) mensenvriend opent het slechts. (Liefde tot de mens) Lentenacht is de rechte tijd, en roodborstje weet de weg.
Johannes gaat op zoek naar het kistje, Windekind heeft hem verlaten. Bij twee oude mensen vindt Johannes wel het mensenboek de Bijbel, maar dat is niet het echte boek dat hij zoekt. Als het lente wordt, ontmoet hij Robinetta.

Hij moet, zo zegt Wistik, het roodborstje de weg vragen:" Hier niet, hier niet", tjilpt het vogeltje. Robinetta wil Johannes helpen het geluk te zoeken, maar zij toont hem de Bijbel en dat is het niet.

Robinetta's vader verbiedt alle verdere omgang met Johan- nes na zijn uitspraak:" Ik heb geen eerbied voor God". Zo verliest hij na Windekind, ook Robinetta.

In deze droefheid vindt Pluizer hem. Johannes huivert van hem. Pluizer kent Wistik goed, maar spreekt minachtend over hem. Hij maakt Johannes spoedig duidelijk, dat hij ook maar een mens is. Hij treedt vrij hardhandig op tegen Johannes, als deze over Windekind praat. Pluizer baast over Johannes, die met hem meegaat. Op hun tocht ontmoe- ten ze Magere Hein en Dr. Cijfer.

"Zoeken, denken, kijken!" is het motto van Pluizer. Plui- zer neemt Johannes mee naar een feest; vervolgens gaan ze onder de grond van het kerkhof, waar Johannes ziet wat er van de mens wordt: het schone meisje van het feest ligt hier nu begraven. "Er ligt een halve eeuw tussen toen en nu", zegt Pluizer, voor wie tijd niet bestaat. Andere doden worden bezocht, ja, Johannes krijgt zelfs zijn eigen dode lichaam te zien.

De volgende dag komt Johannes bij Dr. Cijfer, die alles in formules tracht vast te leggen. Bij Dr. Cijfer komt Johannes om te leren en te werken. Pluizer brengt hem daar tussendoor overal: in ziekenhuizen, bij een zeeman die al zeven jaar het bed houdt, in de grote kerkgebou- wen, bij feesten. Johannes leert de mensen kennen en doet afstand van zijn vroegere gedachten.

Johannes overwint het materialisme, verpersoonlijkt in Pluizer, als deze zijn gestorven vader wil opensnijden om te zien wat de doodsoorzaak was. De Dood knikt Johannes goedkeurend toe na zijn overwinning.

Windekind is teruggekeerd, maar als fantasie kan hij niet meer in de volwassen Johannes wonen. Hij voert Johannes over de duinen naar de zee. Daar ziet hij een gestalte, die hem wijst op een glinsterend vaartuig, voortdrijvend op een vurige weg. Dat is het Grote Licht. Johannes moet kiezen: het Grote Licht of de mensheid en haar weedom. Hij kiest voor het laatste.



Tijd

Het verhaal speelt zich af in ongeveer twee jaar. Dit wordt duidelijk uit de woorden van Pluizer. Het is niet-chronologisch, want er zit een hiaat in het gedeelte van het kerkhof. Er zitten geen flash-backs in.



Ruimte

Het verhaal speelt zich af in en om het huis van Johannes, de duinen, een bos en een stad. Zoals ik het lees ziet het er heel mooi uit, sprookjesachtig. deze schoonheid is in contrast met de gevoelens van Johannes die zich vaak ongelukkig voelt.



Personen

De belangrijkste zijn:

Johannes: Hij is heel gemakkelijk beïnvloedbaar. Hier wordt gebruik van gemaakt door Windekind en Pluizer. Ook heeft hij een rijke fantasie. Windekind: Hij heeft een hoge dunk van zichzelf, hij is dominant ten opzichte van Johannes. Pluizer: Hij is erg met zichzelf ingenomen, hij denkt dat hij beter dan iedereen is. Ook hij domineert Johannes. Hij is een onderzoeker, een strever en een doorzetter. Hij is op zoek naar de kennis van het leven en de dood. Wistik en Robinetta: Hier kom je in het verhaal niets van te weten.



Perspectief

In dit verhaal zit een objectief-perspec- tief, je leert de verhaalfiguren kennen door de ogen van de schrijver.



Motieven

-Fantasie: Johannes fantaseert dat hij Windekind, Pluizer en de anderen ontmoet.

-Twijfel: Johannes twijfelt of hij de mensen moet geloven of Windekind en Pluizer.

-Vriendschap: Johannes krijgt en verbreekt veel vriend- schappen en dit verhaal.

-Liefde voor iets: Als Johannes eenmaal vriendschap heeft gesloten houdt hij daar stevig aan vast.



Thema

Een opgroeiende jongen komt voor de belangrijke keuze te staan om te kiezen of hij mens moet blijven of met het Grote Licht moet meegaan.



Stijl

De stijl van dit boek is oud-Nederlands, de woordkeus is makkelijk, er staan veel uitvoerige beschrijvingen in zoals van Wistik.



Genre

Het is een psychologische roman: Het gaat over hoe mens en zijn fantasie met elkaar omgaan.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen