U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Adriaan Van Dis - Het Beloofde Land.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/1147 en is laatst upgedate op 10/02/1999.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1470 woorden.

Titel

Het beloofde land



Uitgeverij

Meulenhoff



Plaats van uitgave

Amsterdam



Jaartal eerste druk

1990



Gelezen druk

Derde druk, 1991



Titelverklaring

De titel is het beloofde land. De blanken vinden het beloofde land een land zonder zwarten. Citaat:" Over zijn opdracht in de Karoo, waar zijn huid gloeit als een oven, en over het witte land waar hij voor vechten zal." Eigenlijk gaat het hele boek over de racistische problemen in Zuid-Afrika. Het beloofde land voor de ik-persoon en Eva is Zuid-Afrika, maar dan zonder rassendiscriminatie. Citaat:" Daar wacht jouw ideale Zuid-Afrika. Op de nieuwe begraafplaats liggen alle kleuren door elkaar."



Personen

De Ik-persoon is een Nederlander die door Zuid-Afrika gaat reizen, samen met Eva. Als hij eenmaal blanke mensen ontmoet en ze hoorde spreken over de zwarten, kan hij zich soms niet inhouden. Citaat:" De dagen van beleefdheid en luisteren worden me plotseling te veel. Alle opgekropte ergernis spuit eruit:' wat is dat, Uys? Iedereen praat over identiteit. Wat is de identiteit van de Afrikaner? Drie auto's, een huis met twintig kamers voor drie kinderen en twee vrouwen, een paar kilo vlees naar binnen stouwen en de hele dag over schapen lullen en s'avonds naar de stomste televisie kijken in een huis vol prullen? Je ball in claw- tafelpoten, afgekeken van de Engelsen? Je "lappie geil gras" met zes waterspuiten omdat je Wimbledon in de woestijn wilt hebben en geen douche voor je arbeiders? Is dat identiteit?"

N.a.v. het volgend genoemde neem ik aan dat sommige blanken gewoon niet beter weten dan dat de zwarten geschapen zijn als onderdaan van de blanken. Citaat:" Die bruinman wil omhoog, maar hij kan niet, zo is hij niet geschapen. 'Niet zo geschapen?'

'Ze stammen af van de boesman,' zegt Hendrik, en een boesman is niet echt een mens. Zijn pa heeft zelf gezien hoe een van de knechten met zijn hoofd onder een ossewa kwam. Geen spat bloed uit zijn kop. Hij stond zo weer op. Bij een mens zou het hoofd zijn opengebarsten, maar een boesman heeft geen kopnaad, dus is hij geen mens."

Toch zijn er blanken die racistisch zijn, maar niet zo erg en die het goede voor hebben met Zuid-Afrika. Aan hen heeft hij niet zo'n hekel. Citaat:" Op de een of andere manier wil ik dat hij hier blijft. Dat hij dit dorp in leven houdt."

Ook voelt hij zich een beetje dwaas, wat betreft zijn opmerkingen op de samenleving in Zuid- Afrika. Citaat:" Ook omdat je je in je verzet zo dwaas voelt. Een eigenwijze Europeaan die de mensen hier wel eens even zal leren hoe je met elkaar dient om te gaan en die zich stoort aan gedrag dat hij thuis niet wil zien."

Naast de ik-persoon is er maar een persoon belangrijk: Eva. Zij kent de ik-persoon van de tijd dat ze in Nederland was voor haar proefschrift. Citaat:" Ik ken Eva uit Nederland. Ze werkte aan haar proefschrift in Leiden. We vertaalden samen Afrikaanse poëzie. Ze was dertien jaar ouder en we raakten innig bevriend."

Eva is niet getrouwd wat In Afrika zeer ongewoon is voor een blanke vrouw. Citaat:" Eva is ongetrouwd. Een uitzondering onder Afrikaners. De zwarten mogen aanrommelen, wie wit is onderwerpt zich aan het huwelijk. Zuid-Afrika heeft het hoogste percentage echtscheidingen ter wereld. Eva's zus en nichtjes zijn allemaal voor hun twintigste getrouwd en de helft is gescheiden. Eva houdt liever wat afstand tussen zichzelf en Zuid-Afrika. Citaat:" Eva ziet het platteland liever door een lens."

Eva is iemand die af en toe vooroordelen heeft, maar dat is meer omdat ze er niet echt over nadenkt en omdat ze er mee opgevoed is dan dat ze echt racistisch is. Haar mening over blank en zwart verandert wel. Citaat:" Haar praktijk in Kaapstad had een voordeur voor witte en een achterdeur voor zwarte patiënten. Ze leek zich zonder wroeging te schrikken in de onzin van haar land. Nu heeft ze een voordeur en in haar wachtkamer zitten patiënten in alle kleuren, letterlijk, want bij mijn aan komst zat er een albino neger met een brandwond en een blanke punk met groen haar……Eva kan zich bijna niet meer in vroeger verplaatsen, maar toen verdedigde ze haar achterdeur:' ze willen niet anders. Ze voelen zich niet thuis in een deftige wachtkamer. Ze zijn vaak ongewassen en het is onhygiënisch schone patiënten aan ze bloot te stellen."



Verteller/Perspectief

Het boek is als persoonlijk reisverslag geschreven.

Het is een ik-verteller. Het perspectief ligt bij de ik-persoon. Af en toe kom je door middel van citaten dingen te weten over de gedachtegangen van andere personen. Als de ik-persoon geen informatie over andere personen verstrekt kom je ook niks over die personen te weten. Je bent een beetje afhankelijk van de waarnemingen van de auteur.



Opbouw

De opening: het begint met dat de ik-figuur bij Eva thuis zit. Hij heeft daar een gesprek met de bediende van Eva. Van haar hoort hij verhalen over het verschil tussen blank en zwart; de blanken hebben het over het algemeen goed en willen niks van de zwarten weten, want die hebben geen manieren en hebben niet geleerd.

De climax: na veel gesprekken met mensen uit de Karoo en omstreken komt hij er achter dat racisme een structureel probleem is in Zuid-Afrika. De witten zien de zwarten als dieren en willen totaal niks met ze te maken hebben, want zij zijn ongeleerd en dom. Omdat bijna elke blanke er zo over denkt denken de zwarten dat elke blanke er zo over denkt. Dit is echter niet zo, maar die enkele blanke die het wel goed voor heeft met de zwarten word gewoon vanwege bestaande vooroordelen ook gezien als een racist, waardoor die blanke gaat denken of de zwarten wel de moeite waard zijn. Oftewel, de ik-persoon komt er achter dat als er geen oplossing wordt gevonden voor het probleem dat het dan alleen maar slechter zal gaan met Zuid-Afrika.

Het einde: hij merkt dat hij alleen niet veel kan doen aan de problemen in Zuid-Afrika en kan niet meer doen dan zich neer leggen bij de problemen en er in ieder geval voor zorgen dat hij geen racist wordt.

Het verhaal is chronologisch verteld.



Ruimte

De ruimte waarin het verhaal zich afspeelt –de Karoo- is best belangrijk. Het land Zuid-Afrika is een land zonder goede toekomst. Het landschap beeldt dit uit. De droge en onvruchtbare grond maakt duidelijk dat het er niet goed uitziet voor Zuid-Afrika.



Realisme

Het boek is erg realistisch. Namelijk, de dingen die zich in het boek afspelen hebben zich in het echt ook voorgedaan in Zuid-Afrika. Toen ik trouwens de achterkant van het boek las stond er dat het verhaal waargebeurd was. Ironie speelt in dit verhaal geen rol.



Motieven/Thema

Ik vind dit onderwerp altijd heel moeilijk, maar ben toch op twee motieven gekomen. Motief 1: in het begin spreekt de ik-persoon met Sophie – de bediende – en zij verteld dat ze twee keer in de week bij Eva komt schoon maken. Helemaal aan het einde als Eva en de ik-persoon bij het huis van Eva terug komen is Sophie er weer. Citaat:" Het is Sophies dag vandaag. Ze graait in onze vuile was en ze lacht en ze lacht en ze lacht." Dit is overigens de laatste zin van het boek. Ik denk dat hiermee wordt bedoeld dat het leven alsmaar doorgaat. Het cirkeltje komt weer rond.

Motief 2: het alsmaar terugkomende gespreksonderwerp racisme. Waar ze ook zijn, met wie ze ook praten, ze hebben het altijd over de problemen tussen zwart en wit. Dit is ook het grote probleem in dit boek, racisme.

Hierdoor komen we meteen bij het thema. Ik denk dat het thema is: hoe een land totaal verneukt raakt door al de problemen tussen zwarten en blanken. En dat dit totaal onnodig is.



Fabel

De ik-figuur maakt een reis door de Karoo in Zuid-Afrika samen met een vriendin, Eva Landman. De familie Landman woont al negen generaties lang in Zuid-Afrika. Ze kennen elkaar van toen Eva in Nederland haar proefschrift kwam maken. In de reis komen ze overal, Khayelitsa, Swaelvlei en aan het einde het Roggeveld.

Overal waar ze komen heeft Eva herinneringen aan vroeger en vertelt deze aan de ik-persoon. Meestal zijn de plaatsen waar Eva vroeger heeft gewoond helemaal vervallen. De ik-persoon heeft overal heftige discussies met de blanke mensen daar over het racisme in Zuid-Afrika. Hij verbaast zich over hoe de blanken hun cultuur verdedigen, want hij vindt het een cultuur van niks. Op de terugreis voelt hij zich somber na alles wat hij heeft meegemaakt en raakt dan ook wat emotioneel. Een echt einde heeft het boek niet. Het eindigt zoals het begin, saai.

(P.s. ik vond het irrelevant om elke gebeurtenis in de fabel te bespreken, want zoals u al hebt gezegd is de fabel niet erg belangrijk en hoeft deze ook niet erg lang te worden.)
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen