U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : A. Den Doolaard - De Herberg Met Het Hoefijzer.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/1162 en is laatst upgedate op 02/03/1999.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1509 woorden.

Titel

De Herberg met het Hoefijzer (1933)



Auteur

A. den Doolaard



Titel

De titel is "De Herberg met het Hoefijzer". Deze titel slaat op de herberg, Grand Hotel London, waar Erwin Raine, na aankomst in Scutari overnacht daar het grote hotel in Scutari vol is. Deze herberg staat in de volksmond ook wel bekend als "De herberg met het hoefijzer" omdat er een hoefijzer bij de ingang van het pand hangt. Onder dit hoefijzer werd eens een opstand beraamd, die goed afliep en grote gevolgen had voor Albanië. Dit hoefijzer wordt tijdens het verhaal weggehaald door Leonard, die het als geluksamulet gebruikt. Later, na Leonard's dood, wordt het weer teruggehangen. Sindsdien is het hoefijzer voor de Malissoren voorgoed het teken der vrijheid.



Samenvatting

Na een werkzaamheid van zes maanden op het Londense hoofdkantoor van de Trepa Mining Company kreeg Erwin Raine, geoloog en explorateur, hij de opdracht om naar de Noord-Albanese Alpen te gaan, omdat daar lonende koperlagen aanwezig moesten zijn. Toen Raine weg was, mompelde de directeur: `Een opofferende ziel in een werkezel...' Hij wist niet dat Raine drie dagen geleden zijn verloving verbroken had. Drie dagen later kwam Raine te Scutari aan. Zijn hele bagage bestond uit een rugzak met zijn tekengerei, geologische instrumenten, kaartentas, wat ondergoed, een tandenborstel en een grote Steyr-revolver. Het grote hotel was vol. Hij ging toch liever naar zo'n klein, knus, donker herbergje, waar je nog de oorspronkelijke bevolking kon ontmoeten. Hij laat zich scheren door een jongen, Leonard. Deze komt vrij brutaal over, maar dat mag Raine wel. Ze praten wat met elkaar. Raine vraagt of Leonard zijn gids wil zijn. Dat wil hij wel. Leonard vraagt of Raine een geweer bij heeft. Raine zegt, a.h.w. om stoer te klinken; 'wel twee'. Aan de waard vraagt Raine hoe hij de herberg terug moest vinden als hij die avond terug zou komen. Deze zegt dat hij naar de herberg met het hoefijzer moest vragen, iedereen kent de herberg met het hoefijzer. Als Raine die avond terug komt, hangt het hoefijzer er niet meer en in zijn kamer aangekomen, ziet hij dat zijn revolver weg is, maar er ligt wel een briefje met wat geld ernaast. Op het briefje staat: `Dit is het spaargeld van Leonard als pand voor de revolver'. Leonard heeft ook het hoefijzer meegenomen opdat het hem geluk zal brengen. De volgende middag neemt hij een gids aan. De ochtend daarna vertrekken ze. Meteen wordt d.m.v. fluit- en schreeuwsignalen het hele dal kenbaar gemaakt dat er een buitenlander aankomt. De gids legt hem uit dat alle informatie zo wordt verspreid. Ook vertelt hij Raine over de rijkdommen van zijn land, nl. de vrouwen en de eer. En dat iedere Malissoor deze verdedigt met zijn geweer. De dag daarop vertelt de gids hem een verhaal, over een man die getrouwd was met een jonge vrouw, ging werken in de grote stad en liet zijn jongere broer waken over zijn bezit en zijn vrouw. Maar die vrouw had een minnaar en die is gisteravond doodgeschoten door de jongere broer, die vijftien jaar was. Raine denkt meteen aan Leonard en wil weten hoe het afgelopen is. De gids wil eerst niets zeggen, maar als hij hoort dat de revolver van Raine is en dat Raine Leonard niet heeft aangegeven doet hij dit wel en zegt dat Leonard gevlucht is in de bergen. Hij was wel verraden, maar hij is bevrijdt door een groep gemaskerde Malissoren. Later zal Leonard zijn verrader doodschieten. Zij komen bij de woning van een priester die hem hartelijk ontvangt. Er zijn nog een paar mannen in het vertrek waarvan de priester zegt dat ze alleen maar voor de koffie naar hem toe komen. Hij stuurt ze weg. De priester en Raine raken aan de praat met elkaar. De priester, pater Jozef, was verbannen naar deze streek en heeft de malissoren bekeerd. Hij dreigde met hel en vagevuurtegen de bloedwraak, maar sinds de nieuwe wet, die de bloedwraak verbiedt, van kracht is, is deze weer heviger geworden. Ze spreken over de bloedwraak en over Leonard. Pater Jozef prijst Leonard, maar aan de andere kant is hij tegen bloedwraak. Raine voelt zich ook schuldig, omdat hij de diefstal van de revolver niet aangegeven heeft bij de politie. Als Raine vertelt dat Leonard steeds naar een fotootje keek schudt de priester zijn hoofd omdat hij had gedacht dat Leonard de minnaar alleen maar doodschoot omdat hij zijn broer had beloofd om op zijn vrouw te passen. Nu bleek dat Leonard ook van haar hield. De volgende dag zwerft Raine door de bergen en als hij die avond bij de priester komt, gaat hij vlug slapen. Maar hij wordt gewekt door het praten van twee mensen. Het is pater Jozef die Leonard uithoort over het fotootje. Hij bekent zijn liefde. Als Leonard weggaat wil Pater Jozef hem geen zegen geven. Raine geeft hem gauw nog wat geld en patronen mee. Als Leonard weggaat vindt Raine de foto waar Leonard steeds naar had zitten kijken. Als Pater Jozef en Raine later samen met elkaar spreken, laat Raine de foto, waarop Katherina en Raouf stonden, maar de eerste van was weggescheurt, aan de pater zien, en deze gaat twijfelen. Waarschijnlijk had de jonge Malissoor toch alleen uit eergevoel gehandeld. samen gaan ze op zoek naar Leonard. Ze lopen naar de bergen en als ze daar aankomen zien ze net acht gendarmes die achter Leonard aanzitten. Ze zien Leonard schietend op de gendarmes. Een werd er geraakt, maar daarna wordt Leonard geraakt. Leonard gooit de revolver naar Raine om zijn belofte niet te breken. Leonard sterft. Pater Jozef draagt Leonard terug naar huis. Twee weken later komt Raine met zakkenvol monsters te Scutari aan. Raine stuurt een telegram naar Londen, met de boodschap 'in good health'. Dit had hij met zijn baas afgesproken indien er mineralen te vinden waren. In de herberg is een nieuwe knecht, nog havelozer dan Leonard, het hoefijzer hangt weer gewoon boven de deur. Maar de Malissoren die de herberg binnentreden verpozen allen een ogenblik op de drempel, nemen hun schedelkapje af en leggen de hand plechtig op het hart, terwijl zij strak naar het verroeste stuk ijzer staren dat voor hen voorgoed het teken der vrijheid geworden is.



Taalgebruik

Het taalgebruik is gewoon Nederlands, maar niet meer helemaal zoals wij dat tegenwoordig gebruiken. Wel is alles goed te begrijpen. Het boek is natuurlijk in 1933 gedrukt, dus toen was de taal nog anders.



Genre

De Herberg met het Hoefijzer is duidelijk een novelle. Het is niet dik, net 62 bladzijdes, er zijn niet veel personen, en de karakters worden niet duidelijk belicht, alhoewel de lezer het karakter van Raine steeds beter leert kennen. Ook wordt het verhaal niet duidelijk opgebouwd, zoals in een roman; de lezer valt meteen midden in het gedeelte waar Raine net te horen heeft gekregen dat 'ie naar de Albanische Alpen mag gaan. Er vindt geen duidelijke karakterontwikkeling plaats.



Plaats

Het verhaal speelt zich af in de Noord-Albanese Alpen. De stad waar 'De Herberg met het Hoefijzer' staat is Scutari, Noord-Albanië. Dit ligt tegen het voormalige Joegoslavië aan. Het verhaal speelt zich voornamelijk af in de bergen, op paden, in kleine huisjes en in bergpassen.



Tijd

Het verhaal speelt zich al tussen de Eerste en de Tweede Wereldoorlog. Precies is niet duidelijk. Als we kijken naar het jaar van de eerste druk, zou het verhaal zich waarschijnlijk in 1932, 1933 afspelen. Het verhaal wordt verteld in chronologische volgorde.



Thema

Het thema van het boek is de tegenstelling tussen eer en wet; het eerste element wordt vertegenwoordigd door Leonard en de andere Malissoren, het tweede element door de stadsmensen, de regering en de gendarmes. Dit thema komt in het hele boek terug, steeds staan aan de ene kant de trotse Malissoren, en aan de andere kant de domme en suffe gendarmes.



Motto

Het boek is opgedragen aan Dick. ('Voor Dick')



Structuur

Het verhaal is opgebouwd uit zes hoofdstukken. Deze hebben alleen een nummer, geen naam en zijn verder niet onderverdeeld in paragrafen.



Perspectief

Het verhaal is geschreven in een persoonaal perspectief.



Schrijver

Den Doolaard is het pseudoniem van Cornelis Johannes George Spoelstra. In dit pseudoniem zit verborgen wat kenmerkend is voor Spoelstra, nl; dolen en zwerven. De voorletter is toevallig de eerste van het alfabet, men kan moeilijk alle 26 letters als voorletter gebruiken. De drang tot zwerven is Spoelstra aangeboren: zijn vader, predikant, heeft veel in Zuid-Afrika rondgereisd. Spoelstra is in 1901 te Zwolle geboren. Daarna woonde het gezin Spoelstra te Zuid-Afrika, vervolgens in Den Haag, waar de jonge Spoelstra de HBS bezocht. Na de dood van vader staakte hij zijn studie en kwam als boekhouder bij de B.P.M. Toen hij 27 was zei hij het kantoorleven vaarwel, maakte in enkele maanden een kapitaal van enige duizenden guldens op, en zwierf vervolgens door Frankrijk en de Balkan. Hij verdiende de kost als los arbeider: nu eens rozen-venter, dorser of druivenplukker, dan weer dokwerker of straatfotograaf.



De verliefde betonwerker (1926)

De druivenplukkers (1931)

De herberg met het hoefijzer (1933)

Oriënt-Express (1934)

Ogen op de Rug (1971)
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen